Mark Mirand

Curriculum Vitae Mark Mastenbroek, geb. 1944 te Amsterdam.

Scholier

-1953. Min of meer als probleemgeval aangemeld bij de Geert Groote School te Amsterdam. In het openbaar onderwijs weigerde ik op zeker ogenblik nog iets uit te voeren. Waarom? Was het de troosteloosheid van de straten waarin we af en toe in rotten van vier uit wandelen werden gestuurd onder het zingen van liederen als: Eén, twee, drie, vier vijf zes, zéven! Zo gaat die goed! Zo gaat die beter, alwéér een kilometer! Iets dergelijks moet mijn obstructie wakkergeschud hebben, denk ik nu. De overgang naar de ‘Geert Gekke School’ (toen meewarig gadegeslagen door de ouders van mijn vriendjes die later natuurlijk allemaal naar het gymnasium moesten) viel aanvankelijk niet mee. Ik vond de sfeer burgerlijkmark scholier. Jongens die naast meisjes gingen zitten waren ‘gek’, bijvoorbeeld. Toch ontdooide ik langzaam. Terwijl mijn vriendjes met dikke tassen vol huiswerk rondliepen, zong ik franse liedjes, deed euritmie, speelde op de terugweg van school naar huis melodietjes op de blokfluit voor de chauffeur van bus E, was ’s middags vrij en werd derhalve enkele malen staande gehouden door een politieagent per rijwiel: Zo borst, wat doe jij daar? Moet jij niet naar school? Eénmaal moest ik mee naar het bureau. De directie van de ten burele geheel onbekende school die zoiets uitzinnigs deed als kinderen níet van negen tot twaalf en van twee tot vier in de banken houden, werd gebeld. Tot overmaat van ramp hád die school helemaal geen directeur, want daar waren ze ‘tegen’. Nagestaard door een ploegje hoofdschuddende dienders met neergetrokken mondhoeken, in hun hart overtuigd dat ze voor het lapje waren gehouden, werd ik tenslotte uitgeleide gedaan uit het bureau en kon mijn vrijheid weer tegemoetlopen. Een vrijheid die op de een of andere manier niet meer zo onbekommerd aanvoelde als tevoren.

markjump-1958-1966 oprichter/schrijver literair tijdschrift HSP.

-1961-1964 tijdens vakanties met enige regelmaat werkzaam in verpleging en bezigheidstherapie van psychiatrisch ziekenhuis Sinaï Centrum te Amersfoort.

-1963 eindgetuigschrift Vrije School te Amsterdam.

-1964 staatsexamen HBS-B.

-Daarna: Arts. Néé; dat wil zeggen dat ik het volgehouden heb om liefst twee weken aan de faculteit geneeskunde van de VU medicijnen te studeren. Zo snel werd duidelijk dat ik niet bestand was tegen de massaliteit, de dodelijke scheikundeproefjes… Kortom: foute keuze. Ontgoocheld droop ik af. Gezichtsverlies, nederlaag. Dan maar de overgave aan het onvermijdelijke dat boven mijn toekomst hing: de dienstplicht. In die jaren viel over weigeren niet te denken. Misschien was het na een veilige, door goede zorg omhulde schooltijd ook wel een uitdaging.

Militair

mark militair-1965-1967 dienstplicht. Ik weet nog goed dat tijdens het eerste appèl onze namen werden afgeroepen. Op een troosteloze binnenplaats van een kazerne in Tilburg, temidden van honderden pelotonsgewijs opgestelde leeftijdgenoten, kaatste ook mijn naam onbarmhartig tussen de bakstenen muren. ‘Present!’ brulde ik plichtsgetrouw terug en dacht: nu word ik geboren. Alle kracht die ik bezat en méér had ik nodig om in die eerste maanden overeind te blijven en niet te laten merken hoezeer ik het uit mijn tenen moest halen om te overleven. Naïef genoeg was ik aanvankelijk overtuigd linea recta in de officiersopleiding te belanden (300 gegadigden, acht plaatsen). De tweede ontgoocheling na mijn mislukking als arts betrof het feit dat ik ‘slechts’ onderofficier zou worden. Hoewel ik met angst en beven aan het militaire avontuur begon, wilde ik, eenmaal binnen de muren van de kazerne, toch hoog inzetten. Vergeefs! Ik zou het niet verder schoppen dan tot sergeant. Toch kreeg ik geleidelijk een beetje greep op de zaak. Na een opleiding, rijvaardigheidstraining (rijbewijs B-C-D-E) werd ik ‘effectief’ als sergeant-transportcommandant bij de Zware Transportcompagnie 829 T te Vught. Taak: het begeleiden en op schema doen uitvoeren van complexe vervoersopdrachten met gemiddeld een tiental zware vrachtwagencombinaties, het leiden van colonnes en het opleiden van chauffeurs.

-Daarna: Architect. Jaja. We spreken hier over een vier maanden volgehouden studie bouwkunde aan de HTS te Amsterdam. Ook hier bleek al snel dat dit niet de juiste keuze was. Ik werd er ook wel een beetje mismoedig van. Wat moest ik doen in het leven? Waarheen? Hoewel ik als ex HBS-b-er de stof van een HTS ruimschoots zou kunnen ‘hebben’, scoorde ik de ene drie na de andere.

Therapeut

1967-1970 groepstherapeut aan het Sinaï Centrum te Amersfoort. De plek waar ik als scholier al vakantiewerk had verricht. Het werk zelf was aangrijpend, de verschillende patiënten (toen heette een patiënt nog gewoon patiënt en geen cliënt of gast) openbaarden een aspect van de werkelijkheid dat in zijn eindeloos gevarieerde tragiek en onrechtvaardigheid de eigen nietige zorgen deed verstommen. Taakstelling: coachen van een twaalftal tijdelijk opgenomen cliënten met in het algemeen als ‘neurotisch’ omschreven problematieken (o.a. eerste en tweede generatie oorlogsslachtoffers en verslaafden) via groepsgesprekken en creatief-therapeutische mogelijkheden. Een non-directief-aanmoedigende strategie (Rogers) was gericht op het versterken van zelfwerkzaamheid, eigen verantwoordelijkheid en zelfvertrouwen. Als ik niet een enorme hoeveelheid stennis had veroorzaakt (therapeuten tot actie aangezet, vakbond erbij) omdat er in mijn jeugdige, ietwat heethoofdige ogen schrijnende onrechtvaardigheden aan de orde van de dag waren in onze werksituatie, dan was ik nu nog in het Sinaï-Centrum werkzaam geweest. De sfeer was echter zodanig dat ik als aanstichter van een brede sociale actie de eer aan mijzelf moest houden en vertrekken. Toevallig kwam ik tijdens een excursie naar het Centraal Museum te Utrecht met enkele patiënten, een leraar van mijn oude school tegen, die meldde dat de handenarbeidleraar aldaar van plan was te vertrekken.

Daarnaast:

-Studie aan de Academie voor Beeldende Vorming te Amersfoort in avondopleiding voor het vak Handenarbeid. Eerlijkheidshalve moet ik bekennen: ik had werkelijk niets met het vak handenarbeid! Ik was er niet bijzonder begaafd in, had een hekel aan die lokalen met houtkrullen vol doe-het-zelvers, maar ja, je moest toch iets. In Amersfoort was dit de enige opleiding die enig perspectief bood. Pas later heb ik het vak leren waarderen. Als lesgever wel te verstaan. Zelf houd ik mijn handen liefst schoon en droog. De echte ontdekking tijdens die studie was de kennismaking met het vak kunstgeschiedenis.

-1975 Diploma Voortgezette Studie Handenarbeid. Onderwijsbevoegdheid op eerstegraadsnivo voor het vak Handvaardigheid en, daaraan verbonden, het vak Kunstgeschiedenis.

Leraar

-1970-1987 leraar aan de Vrije Scholengemeenschap Geert Groote te Amsterdam (thans Geert Groote College Amsterdam) doorgaans in een volledige betrekking. Aanvankelijk wist ik niet wat me overkwam. Tijdens vergaderingen vroeg ik me telkens af waar die mensen het in hemelsnaam over hádden! Bovendien had ik in de kliniek net een beetje geleerd om verantwoordelijkheden uit handen te geven. Hier moest ik in ieder detail de verantwoordelijkheid juist pakken, zorgen dat de dingen liepen zoals ík dat wilde. Een hele overgang. Onderwijs in Handvaardigheid, Kunstgeschiedenis en Bouwkunst. Tevens klassenmentor. Incidenteel lessen in Algemene Technische Oriëntatie, Geografie, Nederlands (poëzie, journalistiek) en Filosofie.

-Verder via taakeenheden betrokken bij pedagogisch beleid, personeelszaken en de Middenschool. Voor de Middenschool leerplanbeschrijvingen voor de vakken Handenarbeid en Kunstgeschiedenis.

-Sinds 1979 examendocent voor Handenarbeid/Kunstgeschiedenis voor het Havo en sinds 1989 voor het VWO.

-Sinds 1980 betrokken bij de organisatie, invulling en begeleiding van kunstreizen naar Rome, Florence en Parijs voor leerlingen van de bovenbouw.

Daarnaast:

MarkKunstreis-Artikelen in tijdschrift Jonas, Vrije Opvoedkunst, Archithese (CH) en Stil (BRD) over kunst, cultuur en onderwijs.

-Van 1985-1987 in redactie van Vrije Opvoedkunst.

-Met enige regelmaat houden van voordrachtencycli over kunstgeschiedenis te Amsterdam, Haarlem, Hilversum, Driebergen, Den Haag, Antwerpen, Florence.

-Incidenteel geven van lessen Bouwkunst en Moderne Kunst aan de Rudolf Steiner School te Haarlem. Aan diezelfde school cursussen Architectuur-beschouwing voor volwassenen.

-Tevens enkele gastcolleges Pedagogiek aan de Vrije Universiteit te Amsterdam.

-Van 1984-1987 kunst- en cultuurbeschouwing aan de kunstacademie Ruudt Wackers te Amsterdam voor studenten van het 1e t/m 4e jaar. De eerste jaren van deze nieuwe kunstacademie waren inspirerend en hectisch tegelijk. Dankzij Wackers’ belangstelling voor mijn manier van lesgeven aan de vrijeschool, had ik de vrije hand om naast kunstgeschiedenis ook mensbeelden, stromingen en temperamenten te behandelen.

Redacteur

mark redacteur-1987-1990 werkzaam als redacteur cultuur bij het veertiendaagse opinietijdschrift Jonas te Amsterdam. Ja, opeens was ik weg van de school. Binnen een minuut had ik besloten dat mijn werk aldaar tot routine was geworden en sprong ik in het ongewisse. Iedereen riep: Je pensioen!, Je pensioen! Waar begin je aan? Dat ik uiteindelijk toch met een klein lijntje aan de school (en dus het pensioen) verbonden zou blijven, wist ik toen nog niet. Tijdens mijn eerste dag als lid van de redactie plaatste ik mijn bureau in de erker van ons fraaie pand aan de Weteringschans, zodat ik al werkend goed naarbuiten kon kijken en zien wat er allemaal voorbijkwam. Na een paar uur diende zich toch wel enige zorg aan. Wat, en waar was eigenlijk mijn werk? Hoe zat dat? Gelukkig wist de hoofdredacteur mijn verontrusting een poosje weg te werken met de tekst: ‘Weet je wat jij moet doen, Mark, jij moet leren nietsdoen! Jij bent op die school helemaal afgericht op werk, op aktiviteit. Jij gaat gewoon een beetje rondlopen, stapt eens een museum of galerie binnen, drinkt ergens een kopje koffie en dan zien we wel.’ -‘Maar’, wierp ik tegen, de werktijden waren immers van negen tot zes? Dát is mij bij aanname verteld!’ De hoofdredacteur maakte ook aan die twijfel resoluut een einde: ‘Gelul! Hier gaat het niet om werktijden, maar om de kwaliteit van het product.’ Naast het ontwikkelen van redactioneel beleid bestond mijn taakstelling uit het verzorgen en grotendeels zelf schrijven van een constante stroom artikelen op het gebied van kunst en cultuur. Het betrof voor het merendeel beschouwingen over tentoonstellingen van beeldende kunst in musea binnen en buiten Nederland, maar ook artikelen over manifestaties als de Biënnale te Venetië en het Van Gogh-jaar. Hoewel de vraag bleef of er eigenlijk wel een echte volle baan voor mij was bij dat tijdschrift, doorleefde ik toch een sprankelende episode. Hier en daar werd mijn journalistieke werk in andere media geciteerd, zoals in het Bulletin van het Stedelijk Museum te Amsterdam naar aanleiding van een artikel over de expositie van Malevich.

Mark70Glass-Tevens schreef ik artikelen over literatuur, bouwkunst, reisbestemmingen in mediterrane gebieden en interviews (o.a. Erica Terpstra, Rabbijn Soetendorp, Ton Alberts, Erich von Däniken). Reisde op uitnodiging van Yemenia Airways naar Jemen in verband met de tentoonstelling over dat land in het Tropenmuseum. Onderzocht in Engeland feiten en verdichtsels omtrent de bestseller The Spear of Destiny (in Nederland: de Lans van het Lot) van Trevor Ravenscroft. Het ging daarbij om relaties van de centrale figuur uit het boek met Sir Winston Churchill, Adolf Hitler en Koning Leopold van België en om betrekkingen van de auteur met de keizerlijke familie van Perzië. Zocht en vond in Zweden sporen van de kunstenares Hilma af Klint. Haar op occulte wijze geïnspireerde abstracte werk (van omstreeks 1900) was in 1987 de verrassing van de expositie The Spiritual in Art in het Haags gemeentemuseum.

-In 1988 begon ik met de ontwikkeling van de afdeling Jonasreizen: het op commerciële basis organiseren en begeleiden van kunstreizen. Toch eigenlijk omdat ik doorgaans al tegen een uur of één, twee ’s middags klaar was met alles en dan, een tikje bevreemd nagestaard door stressig achter computers en telefoons ratelende collega’s, het pand verliet. Ik kon toch niet duurzaam halve dagen blijven nietsdoen! Naast dagexcursies naar exposities in Keulen (Rothko) en Brussel (Magritte) werden diverse reizen ondernomen naar Toscane, Parijs, Florence, Rome en Egypte. Het kon niet op. Er waren volle touringcars en soms lange wachtlijsten. Zowel inhoudelijk als financieel bleek Jonasreizen succesvol. Formule: groepsreizen waarbij de individuele reiziger niet opgaat in een collectief, maar na inleidingen in de bus en voordrachten in het hotel zelfstandig het dagprogramma bepaalt en eigen activiteiten ontplooit. In feite was dit dezelfde formule als met mijn leerlingen van het Geert Groote College. Ook met volwassenen bleek een opzet waarbij iedereen in kleine wisselende groepjes ervaringen opdoet en die dan op vaste ontmoetingspunten in de stad uitwisselt, te voldoen aan een behoefte. Op de terugreis konden de deelnemers desgewenst door de microfoon beschrijven welke ervaring voor hen de meest dierbare geweest was. Het leverde doorgaans een indrukwekkend boeket aan zeer verschillende door de reizigers beschreven hoogtepunten op.

Daarnaast:

mark Guide-Aan Vrije School en Montessorilyceum handenarbeid en kunstgeschiedenis voor 4/5 HAVO en 5/6 VWO.

-Eerste boek verschijnt April 1990 onder de titel ‘Toscaanse Miniaturen’ (Uitg. Vrij Geestesleven Zeist) en bevat literair-journalistieke beschrijvingen van steden, kunstwerken en historie. In diverse media over het algemeen enthousiast ontvangen. 5 Juni 1990 met ‘Toscaanse Miniaturen’ in ‘Uitgelezen’, een literair praatprogramma op BRT-televisie.

Leraar

-Na Aug. 1990 weer in volledige betrekking verbonden aan de Vrije Scholengemeenschap Geert Groote/Montessorilyceum (thans: Geert Groote College Amsterdam). Waarom? Jonas ging op een haar na failliet, ik werd als eerste ontslagen. Logisch, vooral achteraf bezien, natuurlijk. Zomaar op straat gezet worden is een ingrijpende ervaring, weet ik nu. Gelukkig kon mijn oude werkgever mij na enige vijven en zessen weer een volle betrekking bieden. Interessant genoeg was het effect van die drie jaar journalistiek, dat ik weer met plezier lesgaf en ook het overige schoolleven positief benaderde. Dat enthousiasme is tot op heden niet meer weggegaan. Ik gaf naast eerder genoemde onderwijstaken nu ook enkele leseenheden Wiskunde-A, tekstverwerken, psychologie en filosofie. Tevens klassenmentor en van Aug. ’92 tot Aug. ’98 lid van de personeelsgroep. Sinds 2000 coördinator CKV, met als voorlopige doelstelling de zaken zo lang mogelijk te houden zoals ze zijn. Pas wanneer de tweede fase echt is ingedaald en naar mijn verwachting: verzacht, kunnen wij een goed lopende cultuursectie omvormen tot CKV 2 en 3. Als coördinator ICT met behulp van enkele vaardige leerlingen sinds 1997 het gammele pc-netwerkje draaiende gehouden en begonnen met een leerplan voor tekstverwerking en multimedia. Nu bezit de school een uitgebreid pc-park. Als gevolg van contacten die in de tijd van het redacteurschap gelegd zijn, werd het examenwerk voor het vak handenarbeid voor Havo-Vwo van 1989 t/m 1999 driemaal per jaar tentoongesteld buiten de school, in de showroom van Citroën Amsterdam (Stadionplein) en in de centrale hal van het World Trade Center te Amsterdam. Eenmaal hebben we ook in de toen juist gereed gekomen nieuwbouw van de OBA geexposeerd. Dankzij de kwaliteit van het werk en het enthousiasme dat deze manifestaties omgeeft is er al enkele jaren geen school in Nederland die jaarlijks zoveel (tot ca. 90) eindexamenkandidaten voor het vak handvaardigheid/kunstgeschiedenis opleidt. Sinds 1997 is de fraaie nieuwbouw van het Geert Groote College Amsterdam (www.ggca.nl) het decor voor deze exposities. Sinds 1997 verantwoordelijk voor de ontwikkeling van een nieuw einddocument voor de leerlingen die na klas twaalf de eigenlijke vrijeschoolopleiding verlaten. Doelstelling: het betrekken van de leerling bij vormgeving en inhoud van zijn document. Hoeksteen daarbij is een soort portfolio in boekvorm, waarin de leerling een aantal hoogtepunten uit zijn/haar schoolcarriëre scant en invoegt en tevens bijzondere verrichtingen door docenten of andere volwassenen (stages) laat beschrijven. Sinds 2003 is de essentie van dit nieuwe einddocument vrijescholen landelijk ingevoerd. Onderhandelingen over een internationale invoer liggen momenteel onder de hoede van de Bond voor Vrije Scholen.

Daarnaast:

-Voor tijdschrift Jonas verzorgen van een regelmatige stroom artikelen over kunst/cultuur en reizen.

-Het organiseren en begeleiden van kunstreizen naar Frankrijk, Italië en Egypte.

-Houden van voordrachten en cursussen (o.a. Amsterdam, Leiden, Arnhem, Bussum, Zeist, Zutphen).

-In ’90, ’91, ’98 en ’99 enkele leseenheden aan de Rudolf Steiner School te Haarlem.

-Feb.’91 verschijnt ‘Parijse Miniaturen'(Vrij Geestesleven Zeist).

-Maart ’91 verschijnt ‘Niemandsland’, een beschouwing over een schilderij van Mary Noothoven van Goor, uitgegeven als alternatieve geschenkuitgave bij de boekenweek. (Uitg. Caroussel, Amsterdam)

-December ’91 verschijnt ‘Rome in Miniaturen’ (Vrij Geestesleven Zeist.

-April ’92 verschijnt ‘Licht op Rembrandt’. (Vrij Geestesleven Zeist; Daarover geïnterviewd in Paravisie.)

-In 2002 worden hoofdstukken uit Toscaanse Miniaturen overgenomen in twee nieuwe uitgaven: Als een God in Toscane (Bruna, Utrecht) en Toscane, een Literaire Ontdekkingsreis (Het Spectrum-Davidsfonds, Leuven). Een deel uit Parijse Miniaturen werd opnieuw gepubliceerd in Als een God in Parijs (Bruna, Utrecht).

-In ’92 en ’93 enkele leseenheden kunstbeschouwing aan de Vrije Pedagogische Academie en een gastcollege aan de Vrije Hogeschool te Zeist.

-Van Maart ’93 t/m 1997 in elk nummer van het Citroën-magazine Dynamique (kwartaalblad) een artikel met eigen beeldmateriaal over een minder bekende stad of een onbekend hoogtepunt van kunst of cultuur in Frankrijk. Tot mijn vreugde nu als fotograaf op een serieus te nemen plek actief.

-Incidenteel opdrachten voor artikelen, reisfolders en specials (Eurocamp, Vrije Opvoedkunst, Motief, Triodos-magazine, Skepter, Ruim. En voor Jonas, dat sinds 1997 na een doorstart Jonas Magazine heet.).

-Herfst ’93, enkele gedichten in literair tijdschrift Ruim.

mark back-Sinds Maart ’94 tot 2001 op free-lancebasis artikelen in academisch weekblad Intermediair over kunst, cultuur, techniek en archeologie voor de katern Wetenschap en Techniek. Sinds Aug. 2000 ligt het journalistieke zwaartepunt bij tijdschrift Motief, als reisleider actief voor Brandaan Reizen te Arnhem.

-Medio 2006 ben ik begonnen aan het waagstuk van het schrijven van een vervolg op de twee romans van Mary Noothoven van Goor, mijn moeder. Waar de eerste twee boeken de hoofdfiguren in hun pubertijd en vervolgens in de opmaat van hun leven weergeven, zal dit derde deel hen uiteindelijk na een halve eeuw aantreffen tijdens de laatste periode waarin zij nog handelingsbekwaam zijn en de zich voor hun ogen voltrekkende ontknoping van het drama uit het verleden in alle scherpte waarnemen en beseffen. Het is een roman in briefvorm geworden. -Tussendoor ben ik gestart met een serie verhalen onder de titel ‘Joods Leed’. Veel van die verhalen zijn anekdotes uit de tijd dat ik werkte bij het Sinaï Centrum te Amersfoort. Want uit die periode valt een overdaad aan soms ronduit schokkende ervaringen onder woorden te brengen.

 

– Op 23 februari 2013 trouwde ik met Minoushka van den Berg die al sinds 1987 mijn levensgezellin was. Het was een eenvoudige ceremonie, bijgewoond door een groepje vrienden en na afloop lunchten we in een fin-de-siècle salonbootje op de Amsterdamse grachten.

-Mei 2013 en 2014 leidde ik een workshop poëzie in de Balie tijdens het festivalweekeind Logos.

-Op 7 december 2014 verscheen een bundel met gedichten van mijn hand, deels bij schilderijen van Mary Noothoven van Goor. Titel: Hoe Vader, word je weer een Vlinder? Uitgeverij: Zuider Amstel/Abraxas. Over die uitgave geïnterviewd door radio Amsterdam FM in de OBA.

-Mijn zeventigste verjaardag vierde ik op 20 december 2015 in de leraarskamer van het Geert Groote College. Ik had tevoren al mijn collega’s een exemplaar van mijn dichtbundel in het postvak gedeponeerd en tijdens die middag lazen collega’s, oud-klasgenoten, vrienden en een enkele leerling fragmenten uit die bundel voor en lichtten toe waarom dat fragment hen aansprak. Het was een aangrijpende bijeenkomst. Als besluit werd ik ten overstaan van de circa 60 aanwezigen geïnterviewd door Jacques Meulman, de schoolpsycholoog met wie Minoushka en ik een persoonlijke vriendschapsband onderhouden.

-Ondertussen ben ik weliswaar gepensioneerd, maar werk nu al ruim 5 jaar door aan het Geert Groote College. Kunstgeschiedenis, psychologie, handenarbeid en ik ben mentor. Toch komt er een moment waarop ik alle tijd voor mijzelf zal hebben. Wat dan te doen? Tot mijn eigen verrassing ben ik begonnen met schilderen en werk nu in een laag tempo aan een serie schilderijen naar aanleiding van teksten van de Duitse auteur Wolfgang Borchert. Op dit moment zijn vier schilderijen gereed. Tijdens de bijeenkomst voor mijn zeventigste verjaardag stonden de doeken van 100 bij 140 cm opgesteld (foto) en gaf ik met enige schroom een toelichting. Het eerste schilderij is een verbeelding van de tekst: Ich bin der Gott an den keiner mehr glaubt. Kinder! Meine Kinder! Het tweede schilderij is ontstaan naar aanleiding van de tekst: Zicke zacke juppheidi! Begraben ist die Infanterie, unterm Fussballplatz, unterm Fussballplatz! Het derde schilderij: gaat over de wind die een oude muur doet instorten waarbij vier mensen worden verpletterd waarna de onsterfelijke wind, die af en toe mild kan zijn, de zich schuldig voelende muur in een eeuwige slaap zingt. Het vierde schilderij gaat over de tekst: Wo ist Gott? – schreien die Granaten!
BorchertVier2

-Op 31 januari 2015 gaf ik in theater aan “t Spui te Den Haag een zogenaamd supercollege als opmaat voor een dansvoorstelling binnen het festival CaDance onder de titel: het hogere in het dagelijkse.

-In 2016 kwamen ook de laatste drie schilderijen gereed. Het vijfde toont een treinwagon van de Deutsche Reichsbahn in het ‘Weltbrantrot’ dat binnen het Derde Rijk gebruikelijk was. In die wagons – eigenlijk veewagens – werden de joden en andere ‘Untermenschen’ vervoerd naar de vernietigingskampen.

Het zesde schilderij is ontleend aan een verhaal waarin de gevangene zich in zijn dodencel geleidelijk overgeeft, identificeert met de Gute Dunkle Erde waarin hij op korte termijn zal worden opgenomen.

Het zevende schilderij – Hundeblume – is het enige doek waar iets van hoop wordt gepresenteerd. De ter dood veroordeelde ontwaart op de onbarmhartige luchtplaats waar hij dagelijks een paar rondjes mag lopen, een onaanzienlijke paardenbloem. Met gevaar voor eigen leven plukt hij dit onschuldige teken, dit verre symbool van de zon. In zijn cel, in een blikken drinkbeker, wordt deze bloem tot een beeld van hoe hij straks na zijn executie hoopt te worden: Als zij; werden wie du, te worden als een kleine stralende zon.

De hele reeks van zeven schilderijen is te zien onder de kop ‘schilderijen’ op het menu hiernaast, (boven rechts).

Ondertussen loopt het aantal lesuren bij het Geert Groote College komend schooljaar fors verder terug. De periode psychologie is – helaas – geschrapt. Inmiddels heb ik me opgegeven voor de cursus biografisch coach, een opleiding van vier jaar aan het instituut voor biografiek te Driebergen. Voor mij is niet alleen de thematiek een uitdaging, maar ook het gegeven dat ik nu eens niet zelf les geef, maar les krijg. Spannend! Eind september gaat de opleiding van start.

Bijgewerkt: zomer 2017