{"id":109,"date":"2014-09-28T14:48:06","date_gmt":"2014-09-28T14:48:06","guid":{"rendered":"http:\/\/www.markmarkmast.nl\/?page_id=109"},"modified":"2014-09-29T20:24:47","modified_gmt":"2014-09-29T20:24:47","slug":"dichtbundels","status":"publish","type":"page","link":"https:\/\/www.markmarkmast.nl\/index.php\/dichtbundels\/","title":{"rendered":"Dichtbundels"},"content":{"rendered":"<div  class='togglecontainer av-av_toggle_container-8e0c6e39d39b619a829887bd54fff3ed  avia-builder-el-0  avia-builder-el-no-sibling  toggle_close_all' >\n<section class='av_toggle_section av-av_toggle-1385799adc2c89868164636fec0008b0'  itemscope=\"itemscope\" itemtype=\"https:\/\/schema.org\/CreativeWork\" ><div role=\"tablist\" class=\"single_toggle\" data-tags=\"{Alle} {Naast Ka\u00efn} \"  ><p id='toggle-toggle-id-1' data-fake-id='#toggle-id-1' class='toggler  av-title-above '  itemprop=\"headline\"  role='tab' tabindex='0' aria-controls='toggle-id-1' data-slide-speed=\"200\" data-title=\"Naast Ka\u00efn\" data-title-open=\"\" data-aria_collapsed=\"Klik om uit te klappen: Naast Ka\u00efn\" data-aria_expanded=\"Klik om in te klappen: Naast Ka\u00efn\">Naast Ka\u00efn<span class=\"toggle_icon\"><span class=\"vert_icon\"><\/span><span class=\"hor_icon\"><\/span><\/span><\/p><div id='toggle-id-1' aria-labelledby='toggle-toggle-id-1' role='region' class='toggle_wrap  av-title-above'  ><div class='toggle_content invers-color '  itemprop=\"text\" ><p><strong>Het afnemende licht<\/strong><\/p>\n<p>De tekenen van levend vuur<br \/>\ndie oude helden<br \/>\nboven onze wereld hieven,<br \/>\nkeerden in het herfsttij<br \/>\nvan de groten<br \/>\ntot zichzelf in.<br \/>\nIn hun verstilling spiegelend<br \/>\nwat was,<br \/>\nin hun vermindering,<br \/>\nlaten zij weldra ons<br \/>\ndie achterbleven,<br \/>\nwij die onszelf niet vonden<br \/>\nen de grootheid<br \/>\nniet bezaten, achter<br \/>\nals in het koude duister<br \/>\ndat na een groots festijn<br \/>\nmet vuurwerk<br \/>\nvallen moet.<\/p>\n<p><strong>Afscheid van de metgezel<\/strong><\/p>\n<p>Nu ik jou<br \/>\nbij ons scheiden pas<br \/>\ngewaarword, broeder,<br \/>\nzie hoe je mij<br \/>\ngedanst hebt<br \/>\nen gesproken,<br \/>\nhoe mijn lach,<br \/>\nmijn liefde, steeds<br \/>\nde zorg en troost maskeerde<br \/>\ndie jij mij in stilte gaf,<br \/>\nberouwt het mij.<br \/>\nMijn helper<br \/>\ndie ik niet gekend heb,<br \/>\ndrijft alleen af<br \/>\nen zijn echo spiegelt<br \/>\nin de ruimte.<br \/>\nSta hem bij!<\/p>\n<p><strong>Bruidje<\/strong><\/p>\n<p>Ik ben<br \/>\nachter de hemel<br \/>\nen voorbij<br \/>\nde sterren.<br \/>\nHier zijn<br \/>\nalleen nog<br \/>\nvreemde vormen<br \/>\nom mij heen.<br \/>\nMaar Hij<br \/>\nis altijd<br \/>\nachter alle dingen.<br \/>\nIk kom.<br \/>\nHij wacht,<br \/>\nwacht op ons<br \/>\nallemaal.<\/p>\n<p><strong>Chopin<\/strong><\/p>\n<p>Zou na de dood iets zijn<br \/>\nals<br \/>\nonder het deksel van een vleugel<br \/>\nmee mogen luisteren<br \/>\nnaar<br \/>\nwaar mechanica van snaren<br \/>\ntot Chopin wordt<br \/>\nen als lichte geur<br \/>\nhangt<br \/>\ntussen de balcons van Frankrijk?<\/p>\n<p><strong>denken<\/strong><\/p>\n<p>ik dacht<br \/>\nen denkende<br \/>\nherschiep ik mij<br \/>\nde wereld<br \/>\nen mijn gebeente<br \/>\nwerd heidens<br \/>\nen mijn bloed<br \/>\nriep om zijn<br \/>\nvoorgeslacht<\/p>\n<p><strong>De aanwezigheid van de derde<\/strong><\/p>\n<p>Die in de schaduw<br \/>\nvan ons samenzijn<br \/>\nde ketens heeft beklonken<br \/>\n&#8211; wij droegen<br \/>\nin Zijn naam<br \/>\nhet ijzer aan &#8211;<br \/>\nheeft in het weefwerk<br \/>\ntussen onze daden<br \/>\nreeds de bron gedronken.<br \/>\nWees gegroet.<br \/>\nDe eerste schrede<br \/>\ntot verlossing<br \/>\nis gedaan.<\/p>\n<p><strong>Het geengezicht<\/strong><\/p>\n<p>Geef geen gezicht<br \/>\ngeen ogen<br \/>\ndie verbergen<br \/>\nhoe de blindheid mij bezocht.<br \/>\nGeef geen gezicht<br \/>\nen laat mijn taal<br \/>\nniet toeslaan<br \/>\nwaar slechts zwijgen spreekt.<br \/>\nGeef geen gezicht<br \/>\ngeen oren<br \/>\nwant wie niet weet<br \/>\nhoort wat hij horen wil.<br \/>\nGeef geen gezicht<br \/>\ngeen ik<br \/>\ngeen mij<br \/>\ngeen mijn<\/p>\n<p><strong>Geest<\/strong><\/p>\n<p>Nog is het traliewerk<br \/>\nvan onze dagen<br \/>\ntussen ons<br \/>\nen wat aan geest<br \/>\nin ons tot stand gekomen is,<br \/>\ngelegen.<br \/>\nToch schemert goud<br \/>\ndat zich in ons vormen wil<br \/>\ntot het tot iets van ons<br \/>\ngeworden is<br \/>\nons tegen.<\/p>\n<p><strong>Geheim<\/strong><\/p>\n<p>Werd ooit een plek<br \/>\ndoor mensenhand gewijd<br \/>\ndie niet van aanvang af<br \/>\ntot aan het eind der dagen<br \/>\nreeds van elders<br \/>\nals zodanig<br \/>\naangewezen was?<br \/>\nWant toen de eerste steen<br \/>\nwerd aangedragen,<br \/>\ntoen de laatste klank<br \/>\nvan zang<br \/>\nen stap verstierf<br \/>\nen toen het ijle water kwam<br \/>\nen rees,<br \/>\nbroeder,<br \/>\nbleef wat hier is<br \/>\nzoals het was.<\/p>\n<p><strong>De goed en kwaad groet<\/strong><\/p>\n<p>Zijn gedachten nemen<br \/>\nzwartwit in de ruimte<br \/>\nvormen aan<br \/>\nen worden elders<br \/>\nals waarmerk van werkelijkheid<br \/>\nverstaan.<br \/>\nKwadrantenspel slechts, liefste,<br \/>\nroep om nacht en ijs.<br \/>\nWant er is niets<br \/>\nachter het groene masker,<br \/>\nniets dat ik niet zelf<br \/>\nzou kunnen zijn.<\/p>\n<p><strong>In het hart<\/strong><\/p>\n<p>Ik zie hoe vele woningen<br \/>\nals kamers<br \/>\nbinnensharts gelegen zijn,<br \/>\nhet lijkt wel<br \/>\nof daar kleuren wonen<br \/>\nen ik roep<br \/>\nwanneer ik zie<br \/>\nhoe Hij tot leven wekt<br \/>\nwat in ons droomt<br \/>\nen sluimerend<br \/>\nverborgen ligt:<br \/>\nverlicht ook mij!<\/p>\n<p><strong>Hartje<\/strong><\/p>\n<p>Hartje, zie<br \/>\nik ben je vader.<br \/>\nZoals jij<br \/>\ngezocht hebt<br \/>\nzo heb ik<br \/>\ngewacht.<\/p>\n<p><strong>Herdenking<\/strong><\/p>\n<p>De stilte speurt slechts<br \/>\nwat het oog<br \/>\nniet meer,<br \/>\nnog niet,<br \/>\nvermag<br \/>\nen mijn gemoed gedenkt<br \/>\ndie langs de draden<br \/>\nvan het lot<br \/>\nmet ons<br \/>\nverbonden waren.<\/p>\n<p><strong>Heidense uitvaart<\/strong><\/p>\n<p>Ik heb de balken<br \/>\nvan mijn bouwwerk<br \/>\nmachtig opgebroken.<br \/>\nRuimte overwint zichzelf,<br \/>\nversterft.<br \/>\nUit vaart wat in mij was<br \/>\nen werkte.<br \/>\nDe in het staal gesmolten schim<br \/>\nvan wie ik was<br \/>\nin laatste kracht ontzield,<br \/>\nik zie hem staan.<br \/>\nGeen klank weerkaatst<br \/>\nde kantelende ruimte.<br \/>\nOntfermt zich niemand<br \/>\nover wat mij rest?<\/p>\n<p><strong>Een Isisgeheim<\/strong><\/p>\n<p>Een lichaam<br \/>\nwerd behoed<br \/>\nen toegedaan<br \/>\nen tot<br \/>\nonsterfelijkheid getooid.<br \/>\nDe geest ging heen<br \/>\nen leegte waarde<br \/>\ndoor de ogen.<br \/>\nEn toch,<br \/>\nwat sluimert<br \/>\ntot in onze dagen,<br \/>\nwat droomt in hem<br \/>\ntot in dit tijdperk<br \/>\nvoort?<\/p>\n<p><strong>De werking van de tijdgeest in Johannes<\/strong><\/p>\n<p>De geest<br \/>\ndie<br \/>\nin de tijd verblijft<br \/>\ndroeg<br \/>\nmij het hoofd<br \/>\nheen.<br \/>\nWilloos denkende<br \/>\nvoert<br \/>\nde vooruitgang voort.<br \/>\nHet keerpunt<br \/>\nvan de tijd<br \/>\nkondde ik reeds,<br \/>\nnu wacht<br \/>\nmij hart<br \/>\nen wil,<br \/>\nde dagen lengen<br \/>\nen de wiekslag<br \/>\nvan het Woord<br \/>\nwenkt.<\/p>\n<p><strong>keerpunt<\/strong><\/p>\n<p>Om mijn lot<br \/>\nsloeg ik de aarde<br \/>\nen het werd mijn leven<br \/>\nen ik wist niet meer<br \/>\nwaarom<br \/>\nNu spiegelt zich<br \/>\nin werkeloos weerzien<br \/>\nwat uit mijn witten wonde<br \/>\nen mijn slaghout<br \/>\nwordt<\/p>\n<p><strong>Kinderlied<\/strong><\/p>\n<p>Hoe ver reeds zond mijn blondste kind<br \/>\nde blik als afscheid langs mij heen<br \/>\ntoen zij ter wereld kwam;<br \/>\ngeluidloos sterrengruis en flonkering<br \/>\nvan al het liefste.<br \/>\nZo zwartgeblakerd als mijn tweede kind<br \/>\nverscheen,<br \/>\nzo schots en scheef gebouwd,<br \/>\nmaar van de roodheid van mijn kleed,<br \/>\nvanaf mijn knie,<br \/>\nlacht zij het leven en de dood<br \/>\nin tederheid voorbij.<br \/>\nLief klein gedrocht,<br \/>\nje blonde zuster,<br \/>\nde mooiste tussen hel en maan,<br \/>\nzend ik steeds verder heen.<br \/>\nAl wat gebeurt is reeds beschikt.<br \/>\nWaarom de tederheid in mij<br \/>\ngesproken heeft voor jou,<br \/>\nhet lag reeds in de eerste steen<br \/>\nverankerd.<\/p>\n<p><strong>kleine kompositie<\/strong><\/p>\n<p>in wat zich<br \/>\nklein gekaderd<br \/>\naandient<br \/>\nwiekt de wil<br \/>\ntot ruimte<br \/>\nals een schaduw<br \/>\nbinnen<\/p>\n<p><strong>De kleine mens<\/strong><\/p>\n<p>In kleine kleuren<br \/>\nen in vele stukjes<br \/>\nkomt de wereld<br \/>\nop mij toe.<br \/>\nIk sta<br \/>\nin evenwicht<br \/>\nen in het midden.<br \/>\nZie je wel hoe<br \/>\nik toch wakker ben?<\/p>\n<p><strong>Koning<\/strong><\/p>\n<p>Wat is er van mijn koning,<br \/>\nvan mijn held, geworden?<br \/>\nWat heeft de dageraad<br \/>\naan onheilszaad<br \/>\nreeds in de kiem<br \/>\nvan het ontluikend groen<br \/>\ngelegd?<br \/>\nIn welke daad uit onmacht<br \/>\nheeft de schuld zijn hart gewiegd,<br \/>\ngewogen?<br \/>\nDat mijn koninkrijk<br \/>\nhet licht moest zien,<br \/>\nhet licht moest zien!<\/p>\n<p><strong>Kruisiging<\/strong><\/p>\n<p>Ziet aan, het draaiwerk<br \/>\nwaarin de klanken<br \/>\ndie het leven zelf<br \/>\nooit voortbracht<br \/>\nzijn gevangen,<br \/>\nwaar de fa\u00e7ade schertst<br \/>\nmet hoe het menszijn<br \/>\nen de waarheid<br \/>\nwerd vervormd.<br \/>\nEn elke slag waarmee<br \/>\nde valse tonen klinken<br \/>\nkruisigt Hem<br \/>\nweerom, voor immer.<br \/>\nZo Hij gestorven is om ons,<br \/>\nzo staat ons bloed<br \/>\nhier afgebeeld<br \/>\nen het genadeloze keerpunt<br \/>\nvan het inzicht<br \/>\nwiekt in zijn zwarte tweeheid<br \/>\ntelkens weer<br \/>\naan ons voorbij.<\/p>\n<p><strong>Het lijden<\/strong><\/p>\n<p>Is dit mijn paard<br \/>\nwaarvan de ogen<br \/>\nzo gewond zijn<br \/>\ndat het zijn blinde lot<br \/>\nniet meer voorzien kan?<br \/>\nHeb ik mijn maat,<br \/>\nmijn makker zo<br \/>\nmishandeld, zo<br \/>\nontkend?<br \/>\n&#8217;t Onhoorbare gerucht<br \/>\ndat hij op tijd vernam,<br \/>\nwaar is het?<br \/>\nWaar klinkt het nog?<br \/>\nWie ruikt het onraad<br \/>\nen de bloemen<br \/>\nnog voor mij?<\/p>\n<p><strong>Magnolia&#8217;s<\/strong><\/p>\n<p>Stil schemeren<br \/>\nmagnolia&#8217;s mij toe<br \/>\nvanaf de overzij<br \/>\nen dromen, witte<br \/>\nhoofden luisterend<br \/>\nbijeen, hoe wij<br \/>\nin nacht de tralies<br \/>\nen de tederheden<br \/>\ntellen, die nabij<br \/>\nde koele losplaats van<br \/>\nontslapenen geweven<br \/>\nworden, zij aan zij.<\/p>\n<p><strong>Kleine makker<\/strong><\/p>\n<p>Ach kleine makker,<br \/>\nmetgezel van spel<br \/>\nen lieve dagen<br \/>\nvan weleer; zie,<br \/>\nzie mijn handen<br \/>\nen mijn hart,<br \/>\nmijn denken.<br \/>\nKan ik,<br \/>\nkan ik weer<br \/>\nmet je mee?<\/p>\n<p><strong>Mara&#8217;s dochter<\/strong><\/p>\n<p>Ik fluister<br \/>\nstille schoonheid<br \/>\nspiegelende liefde<br \/>\nals een melodie,<br \/>\neen berghelling papaver.<br \/>\nKom in de nacht<br \/>\ndan valt de maagdenspiegel open<br \/>\nen duizend bloemen weemoed dorstend<br \/>\nlust het mij.<br \/>\nDie weet,<br \/>\ndie komt<br \/>\nmaanlichtgelijk.<br \/>\nDie komt<br \/>\ndie vindt<br \/>\nwat hij onder zwart licht smachtend<br \/>\nreeds zo lang vergeefs<br \/>\nals erfdeel zocht.<\/p>\n<p><strong>Mom<\/strong><\/p>\n<p>In Babylon heb ik jou<br \/>\nje sandalen aangegeven<br \/>\nen wij rookten samen<br \/>\nsterke pijpen in het Westen<br \/>\nonder de vorstin<br \/>\nvan de gevaren.<br \/>\nElders weer joegen wij<br \/>\neendere gebeden<br \/>\nover vlak heet land.<br \/>\nDe sabelwitte Pamir<br \/>\nhebben wij gediend. Op de<br \/>\nbesneeuwde flanken<br \/>\nwaren wij zijn herders<br \/>\nen zijn knechten.<br \/>\nKundig brachten wij tekens<br \/>\naan, sterkten de wanden,<br \/>\nrichtten zuilen op,<br \/>\nbrandden onsterfelijke vuren.<br \/>\nOver de toppen<br \/>\nvan bronstige zee\u00ebn<br \/>\nsmokkelden wij wierook,<br \/>\nslaven, prille vrouwen<br \/>\nen woedden met onze winsten<br \/>\ndoor bloedhete holen in<br \/>\nMukallah, Zanzibar.<br \/>\nOoit heeft de roekeloze Andes<br \/>\nonze lach weerkaatst<br \/>\nen veel meer is geschied.<br \/>\nNu ordelijk,<br \/>\nordentelijk bijeen<br \/>\ntussen achturendagen<br \/>\nlijkt het<br \/>\nalsof er nimmer iets<br \/>\nooit was van deze dingen<br \/>\nen of alles zomaar<br \/>\nen toevallig is.<\/p>\n<p><strong>De zwarte monnik<\/strong><\/p>\n<p>En is de avondhemel open,<br \/>\ndan komt hij, schalks<br \/>\nen vliegende op kleine voeten.<br \/>\nDan, lachend om ons leven,<br \/>\nom onze daden hier beneden,<br \/>\nneemt hij onze hoofden<br \/>\neven in zijn handen<br \/>\nen is heen.<br \/>\nOver de duisterende landen<br \/>\nnacht het werldra.<\/p>\n<p><strong>Magiste<\/strong>r<\/p>\n<p>Het was geen streven<br \/>\nen geen zoeken,<br \/>\nniet: bereikt<br \/>\nen geen vervulling.<br \/>\nEr was geen wens,<br \/>\ngeen weg,<br \/>\ngeen tijd.<\/p>\n<p><strong>Nachtvogels<\/strong><\/p>\n<p>Achter de schuilplaats<br \/>\nvan mijn dromen<br \/>\nzie ik de vogels<br \/>\nvan een onvervuld verlangen.<br \/>\nKiemen en behoeders van gestalten<br \/>\n&#8211; elk van hen zal ik eens zijn &#8211;<br \/>\nin het broedsel, in het licht<br \/>\nen bloed<br \/>\ndat komen moet.<\/p>\n<p><strong>De onstuitbare vermeerdering<\/strong><\/p>\n<p>Nu is de bloesem<br \/>\nvan vermeerdering door deling<br \/>\nweer en weer,<br \/>\nontloken.<br \/>\nAls een koekoeksjong verborgen<br \/>\nwerd de vrucht ooit<br \/>\nin het warme nest gelegd.<br \/>\nEn weldra woekert over onze wereld<br \/>\nhelse papaver in scharlaken veelheid<br \/>\nen geurt, betovert onverbiddellijk.<br \/>\nHoe vele helden zijn niet reeds<br \/>\nin vrede en ter ruste?<\/p>\n<p><strong>In het oordeel<\/strong><\/p>\n<p>In het oordeel<br \/>\nwaar in duisternis<br \/>\nhet uiterst recht<br \/>\nbehoed wordt<br \/>\nstaat<br \/>\nhet hersenschimmig tribunaal<br \/>\nwaar alle sporen<br \/>\nvan let leven<br \/>\nsamenkomen<br \/>\nen het weegt genade<br \/>\ntegen waarheid af<br \/>\nonwrikbaar<br \/>\nals een arbeidsuur<br \/>\nen even onontkoombaar<br \/>\nstaan ook wij<br \/>\ngedagvaard.<\/p>\n<p><strong>Ik ga daar heen<\/strong><\/p>\n<p>en zie dan wel<br \/>\nhoe het woestijnlicht okert.<br \/>\nDe ballonnenzonnen knappen<br \/>\nals bij toverslag<br \/>\nde hemel in.<br \/>\nMij is een paal gezet<br \/>\naan weerszij<br \/>\nen er staan nog meer<br \/>\ngeheime tekens<br \/>\ndie mij sterken.<\/p>\n<p><strong>Pangaea<\/strong><\/p>\n<p>Maan van het water<br \/>\nen de oceaan! Gezel!<br \/>\nHoor hoe mijn roep kaatst<br \/>\ntegen het graniet geduld.<br \/>\nHoe langzaam keert<br \/>\nhet blinde verlangen<br \/>\nniet slechts ons lot,<br \/>\nmaar het verlangen zelf<br \/>\nkeert zich dan om<br \/>\ntot eeuwig zwenken.<\/p>\n<p><strong>Pasen<\/strong><\/p>\n<p>Op een middag<br \/>\nwas ik heel erg sterk<br \/>\nen iemand<br \/>\nhad mij lief<br \/>\nik liet haar zien<br \/>\nwat ik zou kunnen.<br \/>\nMaar aan de overzijde<br \/>\nriep een kind<br \/>\ndat in een ei<br \/>\neen touwtje sprong:<br \/>\nIk kom! Ik kom bij jullie!<br \/>\nTwee kuikens in de tuin<br \/>\ntussen de bloemen<br \/>\nwaren stom<br \/>\nin hun verbazing<br \/>\nen bewondering.<br \/>\nDat ik dat allemaal kon!<\/p>\n<p><strong>Rabbi met rozen<\/strong><\/p>\n<p>Hier!<br \/>\nRozen!<br \/>\nHandenvol!<br \/>\nRozen van de lichtheid<br \/>\nen de geur van leven.<br \/>\nWant als het zoeken<br \/>\nophoudt<br \/>\nZie!<br \/>\ndan is de weg van wet<br \/>\nen recht<br \/>\nzo rozenrood omzoomd,<br \/>\nzo vol<br \/>\nzo zoet<br \/>\nzo mild<br \/>\nen geeft het leven<br \/>\nen de dood<br \/>\nweerom.<br \/>\nZie!<br \/>\nRozen!<br \/>\nOveral!<\/p>\n<p><strong>Regenend Blauw<\/strong><\/p>\n<p>de wereld binnen<br \/>\nin de tijd dat de<br \/>\ngesteenten en de oceanen<br \/>\nnog niet gescheiden waren,<br \/>\nonder het ontwakend oog,<br \/>\nblind licht,<br \/>\nimmer getuige, nimmer oordeel,<br \/>\nvan waar begin bestaat<br \/>\nnoch tijd<br \/>\nnoch einde.<\/p>\n<p><strong>De eerste reis<\/strong><\/p>\n<p>Nu, lieve vriend, vaarwel.<br \/>\nDe bloemen zijn geplukt,<br \/>\nhet koren is in schoven bijgezet,<br \/>\nde zoetgevooisde bomen vieren<br \/>\nons uiteengaan met ballonnen.<br \/>\nHet vagevuur van ons vaarwel, mijn hert,<br \/>\nwenkt reeds en wacht<br \/>\nachter de akker van het laatste<br \/>\nparadijs.<\/p>\n<p><strong>Het rode licht<\/strong><\/p>\n<p>Ik was het vuur.<br \/>\nToen schouwde ik mijzelf<br \/>\nen werd tot gloed getemperd.<br \/>\nDe warmte van mijn wezen<br \/>\nbleef.<br \/>\nDe wildheid klonk mij toe<br \/>\nen hief de kelk<br \/>\nten afscheid.<br \/>\nMijn mateloosheid vlood<br \/>\nzonder vaarwel.<br \/>\nIk zie<br \/>\nik ken<br \/>\nmijn kern.<br \/>\nMijzelf zichtbaar<br \/>\nvorm ik mij.<br \/>\nIk word<br \/>\nik ben.<\/p>\n<p><strong>Vierkant Rood<\/strong><\/p>\n<p>Vierkant in het rood geklonken raderen<br \/>\nen onderdelen van gesprongen passie,<br \/>\nhet laatste kermen werd in spinraggen<br \/>\nvan sluiers tot een kleed versteend.<\/p>\n<p><strong>Schaap met vijf poten<\/strong><\/p>\n<p>Een farao die ongeduldig was<br \/>\nheeft mij geschapen.<br \/>\nOmdat hij niet kon wachten<br \/>\nmoet ik nu<br \/>\nhier staan tot het mijn tijd is.<br \/>\nOndertussen moet ik eten.<br \/>\nBloemen en knollen krijg ik<br \/>\nvoorgezet.<br \/>\nMaar al die tijd ben ik alleen,<br \/>\nword ik nog niet gebruikt<br \/>\nen niet geaaid.<\/p>\n<p><strong>De schuld<\/strong><\/p>\n<p>Mijn gelaat<br \/>\nis groen geworden<br \/>\nonder de zotskap<br \/>\nons verbond.<br \/>\nUw witheid<br \/>\ntekent mij<br \/>\nhoe ik u sloeg.<br \/>\nDe wereld schouwt<br \/>\nde schuld niet<br \/>\ndie ik schuilhoud,<br \/>\nnoch de keten<br \/>\ndie ons samenbindt,<br \/>\nnoch u, gezel.<\/p>\n<p><strong>Sint met kalf in de nanacht<\/strong><\/p>\n<p>Kijk<br \/>\nals je niet slapen kan<br \/>\ntussen de sterren.<br \/>\nDaar gaat<br \/>\nde Sint voorbij<br \/>\nen er is ook<br \/>\neen kalf,<br \/>\nblauw,<br \/>\nbij hem<br \/>\ndat hem daar<br \/>\nbehoedt.<\/p>\n<p><strong>Slaap<\/strong><\/p>\n<p>Wanneer<br \/>\nde nacht komt<br \/>\ngaat<br \/>\nmijn kleine tuin<br \/>\nvan dromen<br \/>\nvoor mij open.<br \/>\nEn zachtjes,<br \/>\nin geluk begroetend<br \/>\ndie daar wonen,<br \/>\nben ik<br \/>\nin hen,<br \/>\nzijn zij<br \/>\nin mij.<\/p>\n<p><strong>Het Slaghout<\/strong><\/p>\n<p>Wie heeft het slaghout<br \/>\nooit zo<br \/>\nin zichzelf gedreven,<br \/>\nde Mekong ontmand,<br \/>\nde fluisterende groene nacht<br \/>\nuiteengereten.<br \/>\nZachte nacht.<br \/>\nMekongmaan.<br \/>\nZo zwart het haar.<br \/>\nZo zwart.<\/p>\n<p><strong>De smart<\/strong><\/p>\n<p>Droomde in mij<br \/>\nde ziel niet altijd reeds<br \/>\nvan afstand doen,<br \/>\nvan afscheid<br \/>\ntussen uur en tijd<br \/>\ntussen uitvoerder en rechter?<br \/>\nIk weet mij,<br \/>\nzonder verzoening of erbarmen<br \/>\ntoch zonder innerlijke strijd,<br \/>\ntussen uitvoerder en rechter.<br \/>\nHetgeen geschiedt,<br \/>\nhet wordt aan mij voltrokken.<br \/>\nDoel en betekenis<br \/>\nken ik niet.<\/p>\n<p><strong>Stad der smarten<\/strong><\/p>\n<p>Was ons hart<br \/>\nwinter,<br \/>\nwas ons hart<br \/>\nnacht,<br \/>\ntoch heeft daar<br \/>\niemand<br \/>\nongemerkt<br \/>\nde gloed van smart<br \/>\nonststoken.<br \/>\nNacht is niet boos meer.<br \/>\nLangzaam<br \/>\nlangzaam<br \/>\nwordt ons hart<br \/>\nvurig,<br \/>\nwordt ons hart<br \/>\nlicht.<\/p>\n<p><strong>Spotvogel<\/strong><\/p>\n<p>De ogen toegeknepen<br \/>\nmet het aureool<br \/>\nvan eigen wetten<br \/>\nschrijdt hij hautain<br \/>\nhet zwartwit<br \/>\nvan zijn<br \/>\nuniversum binnen.<br \/>\nDe scherpte<br \/>\nvan zijn snavel<br \/>\nis paraat,<br \/>\nzijn slagwapen<br \/>\ngereed.<br \/>\nHoe kunstig<br \/>\nechter<br \/>\nis zijn eigen kleed<br \/>\nversierd<br \/>\nwant met de mantel<br \/>\nvan de liefde<br \/>\ndekt hij<br \/>\nzichzelf alleen.<\/p>\n<p><strong>Sprookje<\/strong><\/p>\n<p>Eerst was de appel,<br \/>\ntoen de slavernij.<br \/>\nDe tijd ontrolt zijn lint.<br \/>\nEn toen de wil tot leven<br \/>\nweer verscheen,<br \/>\nwerd een slavin<br \/>\ntot hoedster<br \/>\nover goed en kwaad.<br \/>\nDe appel<br \/>\nwas een farao geworden.<\/p>\n<p><strong>Een touwtjesspringend tuiltje<\/strong><\/p>\n<p>Zingend<br \/>\nspringend<br \/>\nin het blauw<br \/>\nde korenbloemen<br \/>\nzijn van jou<br \/>\nde wereld is ontloken<br \/>\nde ketens zijn gebroken<br \/>\nen alles springt nu<br \/>\nuit de tijd<br \/>\nbloemen<br \/>\nin alle eeuwigheid<\/p>\n<p><strong>Vader<\/strong><\/p>\n<p>Ik heb<br \/>\nmijn zwarte vader<br \/>\nnog zien dansen<br \/>\nen zien kloppen<br \/>\nin de nacht.<br \/>\nWat hij<br \/>\nde lucht in dreef<br \/>\nbootste de stam<br \/>\nhem na<br \/>\ntot zij<br \/>\nonmerkbaar<br \/>\ntot de dood gedanst<br \/>\nhet nevelende veld<br \/>\nde stilte liet.<br \/>\nHoe, vader<br \/>\nword je weer<br \/>\neen vlinder?<\/p>\n<p><strong>Een vederen vriend<\/strong><\/p>\n<p>Vang mij niet<br \/>\nvang mij nimmer.<br \/>\nDe zwartheid heeft zijn eigen stem<br \/>\nen teken.<br \/>\nLuister niet naar mij.<br \/>\nKijk naar de dingen.<br \/>\nZie hoe zich het voorval plaatst.<br \/>\nHoor hoe de tijd zijn einde in zich draagt.<br \/>\nWeet dan te wachten.<br \/>\nEn als het nieuwe nadert,<br \/>\nweet dan te doen.<br \/>\nMaar luister niet naar mij,<br \/>\nde zwartheid heeft zijn eigen taal.<br \/>\nEn vang mij nimmer,<br \/>\nvang mij niet.<\/p>\n<p><strong>De verkondiger van het licht<\/strong><\/p>\n<p>Reeds is mijn roep de dageraad,<br \/>\nonder mijn teken wordt het kleed<br \/>\ngeheven<br \/>\nen de sluier van de nacht<br \/>\ngelicht.<br \/>\nDie ik getuig,<br \/>\ndie mij het licht gaf<br \/>\nen het hart ontbrandde<br \/>\nen tot weten voerde,<br \/>\nploeg ik de zwarte grond.<br \/>\nIk splijt de steen.<br \/>\nIk scheur de stilte open,<br \/>\nwek de doden.<br \/>\nDe tijd slaat om,<br \/>\ngeef acht,<br \/>\nhet einde van het lange wachten<br \/>\nis nabij.<\/p>\n<p><strong>De versierde mens<\/strong><\/p>\n<p>De gele banen van het denken<br \/>\nzijn als een stalen kapseling<br \/>\nom het gemaskerde gelaat geklemd.<br \/>\nIn weerwil echter van de analyse,<br \/>\nvan de bepantsering, het rijk<br \/>\nvan helderheid waarin hij heerser is,<br \/>\nis buiten de oevers van zijn weten,<br \/>\nals kinderlief en kinderleed<br \/>\nhet leven in beweging.<\/p>\n<p><strong>Vioolnacht<\/strong><\/p>\n<p>De trossen losgeslagen<br \/>\nzinken wij<br \/>\nde wereld achter onze dromen<br \/>\nbinnen.<br \/>\nWant voor dat alles was,<br \/>\nvoordat het woord<br \/>\ngesproken werd,<br \/>\ndroomden, violierden<br \/>\nwerelden in zwanger water<br \/>\nen was de geest<br \/>\neen vleugelende lach.<br \/>\nJa, ons kent ons,<br \/>\nwat wij geweest zijn<br \/>\nzullen wij weer worden.<\/p>\n<p><strong>De vitrioolgroet<\/strong><\/p>\n<p>Reeds voor de eerste groet op aarde kwam<br \/>\nals afscheid<br \/>\nhebben wij elkaar bemind<br \/>\nen schreven wij de tekens van ons samenzijn<br \/>\nmet vitriool op bruine steen.<br \/>\nZie, \u00e9\u00e9n voor \u00e9\u00e9n<br \/>\nhalen wij nu de tekens binnen<br \/>\nvan toen,<br \/>\nvan voor de eerste groet op aarde kwam<br \/>\nals afscheid.<\/p>\n<p><strong>De dood in Vlaanderen<\/strong><\/p>\n<p>(the fortune of war)<br \/>\nDie op de schemerende velden,<br \/>\nniet tot het graf geteld,<br \/>\nals wind over de kale akkers joegen,<br \/>\nwerd als symbool in steen gegeven<br \/>\nwat hen aan graf ontbrak.<br \/>\nDe veelheid van hun namen<br \/>\nwas een stad gelijk.<br \/>\nEn altijd maar zoekend wie zij waren<br \/>\nzwierven zij.<br \/>\nDie zich hervonden,<br \/>\nscheidden met de jaren.<br \/>\nNog hangt de lucht zwaar,<br \/>\nzwanger ligt de groene grond.<br \/>\nZie, hoe de laatste raven<br \/>\nrond de torens dansen.<br \/>\nRoep hen als nieuwgeborenen,<br \/>\noude geliefden,<br \/>\nroep hun namen!<br \/>\nWant zonder onze stem,<br \/>\nons mededogen,<br \/>\nvinden zij<br \/>\nzichzelf hier niet.<\/p>\n<p><strong>Vuurkamer<\/strong><\/p>\n<p>Vijf treden<br \/>\nleiden naar het vuur<br \/>\ndat hoog in de pagode<br \/>\nkoel beheerst wordt; wacht.<br \/>\nWie kan<br \/>\nzo ongeschonden<br \/>\nde ontmoeting met het vuur<br \/>\ndoorstaan<br \/>\ndat hij<br \/>\nals wie hij was<br \/>\nde treden weer<br \/>\nomlaag kan gaan?<\/p>\n<p><strong>Weerzien<\/strong><\/p>\n<p>Als zij<br \/>\ndie reeds gestorven zijn<br \/>\nin mij<br \/>\nomzien en kijken<br \/>\nnaar de lichte kamers<br \/>\nwaarin ik mijn kindzijn<br \/>\nachterliet,<br \/>\nzie ik het eiland<br \/>\nwaar de albatrossen komen<br \/>\nin het snijdend grijs<br \/>\ndat, als de herfst<br \/>\nhier nadert,<br \/>\nd\u00e1\u00e1r de eerste hoop<br \/>\nop poolvoorjaar betekent,<br \/>\nen is de lange nacht<br \/>\nvoorbij.<\/p>\n<p><strong>Hoe komt het toch<\/strong><\/p>\n<p>dat het hartstochtelijk verlangen<br \/>\nnaar wat ons kind deed zijn<br \/>\nzo ongekend ver weg<br \/>\nsmachtend moet branden,<br \/>\nwaarom toch hebben wij<br \/>\nelkaar<br \/>\nzo lang niet weergezien?<br \/>\nStil drijven<br \/>\nuit de nevels<br \/>\nde eerste ijsbergen<br \/>\nals dode kinderen<br \/>\nde baai in<br \/>\nen lopen dan<br \/>\ngeruisloos aan de grond.<\/p>\n<p><strong>de wonderbare reis<\/strong><\/p>\n<p>mijn schip verging<br \/>\nik werd een inktvis<br \/>\nin de rode zee<br \/>\nal heel lang<br \/>\nzie ik vreemde dingen<br \/>\nverhalen ongekende dieren<br \/>\nen verdronken steden<br \/>\nspoken zachtjes wiegend<br \/>\nmet mij mee<br \/>\nwaar gaat het heen?<br \/>\nik ken hen niet<br \/>\nvreemd volk ik denk<br \/>\nben ik soms met hen<br \/>\n\u00e9\u00e9n?<\/p>\n<p><strong>De heilige zwarte stad<\/strong><\/p>\n<p>In de schaduwen van de stad<br \/>\nzie ik gezichten<br \/>\ndaden<br \/>\nen gedachten<br \/>\ntot zwart tij samensmeltend<br \/>\nman na man.<br \/>\nEn ik denk<br \/>\nwie is hun moeder?<br \/>\nLieve moeder<br \/>\nwieg hen dan!<\/p>\n<\/div><\/div><\/div><\/section>\n<section class='av_toggle_section av-av_toggle-f4531598dbc085e36b78ba1ef8d51aeb'  itemscope=\"itemscope\" itemtype=\"https:\/\/schema.org\/CreativeWork\" ><div role=\"tablist\" class=\"single_toggle\" data-tags=\"{Alle} {Mijzelf} {mijzelf} \"  ><p id='toggle-toggle-id-2' data-fake-id='#toggle-id-2' class='toggler  av-title-above '  itemprop=\"headline\"  role='tab' tabindex='0' aria-controls='toggle-id-2' data-slide-speed=\"200\" data-title=\"Mijzelf, mijzelf\" data-title-open=\"\" data-aria_collapsed=\"Klik om uit te klappen: Mijzelf, mijzelf\" data-aria_expanded=\"Klik om in te klappen: Mijzelf, mijzelf\">Mijzelf, mijzelf<span class=\"toggle_icon\"><span class=\"vert_icon\"><\/span><span class=\"hor_icon\"><\/span><\/span><\/p><div id='toggle-id-2' aria-labelledby='toggle-toggle-id-2' role='region' class='toggle_wrap  av-title-above'  ><div class='toggle_content invers-color '  itemprop=\"text\" ><p><strong>Aftellen<\/strong><\/p>\n<p>Een doorsnee werkdag<br \/>\nvan de sociale dienst was op tv.<br \/>\nHij zat daar, zesenvijftig jaar<br \/>\noud in de standaardkamer<br \/>\nen de juffrouw tegenover hem<br \/>\nwas menselijk.<br \/>\nHij luisterde gedwee. Een heer,<br \/>\neen arbeidsongeschikt verklaarde ridder<br \/>\nmet een onbesmet blazoen.<br \/>\nNa twee jaar komt uw uitkering<br \/>\nop zeventig procent<br \/>\nvan &#8217;t laatstverdiende loon.<br \/>\nHij glimlachte beleefd. De pluimen<br \/>\nop zijn hoed wuifden ons toe.<br \/>\nZie je me wel?<br \/>\nEn het pensioen?<br \/>\nDe wereld is zo oud, zij vriest<br \/>\nde wonden toe,<br \/>\nterwijl de staat je late uren<br \/>\nin procenten uitbetaalt,<br \/>\nen jij het afkalven<br \/>\nvan brood en spel<br \/>\nnog deugdzaam gadeslaat<br \/>\nals trof het niet jezelf<br \/>\nmaar slechts een vreemde dubbelganger.<\/p>\n<p><strong>Een nieuwe auto gekocht<\/strong><\/p>\n<p>Toefluistering van glas<br \/>\nachter mijn binnenkomst.<br \/>\nWerd ik verwacht?<br \/>\nVerspreide staalmeesters<br \/>\nvan deze ruimte sloegen,<br \/>\nanderen de biecht afnemend nog,<br \/>\nterloops een kwartoog<br \/>\nnaar mij uit.<br \/>\nIk liep, gemeten, en<br \/>\nmijn binnenste aldus van ver<br \/>\nbeklopt, beluisterd,<br \/>\ndoor de voorhof en trok dan,<br \/>\neen voorschot nemend<br \/>\nop het heil van morgen,<br \/>\nuiterlijk snedig nog<br \/>\nvan amberkoets tot m\u00e9tallique.<br \/>\nEr lag ikonenweedom<br \/>\nin &#8217;t geavanceerde ijzer<br \/>\nvan de tempelruimte<br \/>\nen ik wachtte mild<br \/>\ntotdat \u00e9\u00e9n van de,<br \/>\ndoor n\u00f3g hogeren<br \/>\nmet macht bekleedden<br \/>\ntijd vond.<br \/>\nTer zitting hield hij mij<br \/>\nde jakobsladder voor<br \/>\nen buiten werd mijn wit<br \/>\nstaand ros<br \/>\nreeds in de bek gekeken.<br \/>\nMijn engel vocht,<br \/>\nals Jakob weer.<br \/>\nBij opbod werd een weg<br \/>\nverschoond, een lot<br \/>\nbeslecht.<br \/>\nDe glazen uitweg werd<br \/>\nmij nu opengehouden en<br \/>\nherboren legde ik<br \/>\neen uit mijn hoed getrokken<br \/>\nruisend witte veer<br \/>\naan staalmeesters<br \/>\nvan wijsheid glimlachende<br \/>\nvoeten neer.<\/p>\n<p><strong>Een tussentijdse balans<\/strong><\/p>\n<p>Zoals ik van de eerste speeltuin<br \/>\nnaar het heden dreef<br \/>\nis mij niet m\u00e9\u00e9r ontvallen<br \/>\ndan wat de eerste teugen zonlicht<br \/>\nin de herfst, onder bruin blad<br \/>\ngesmoord geluid van grind,<br \/>\nde theetuin met de witte houten stoelen,<br \/>\nnevelbevocht,<br \/>\nin milde taal van geur en licht<br \/>\nen ongeduid geluid<br \/>\nbeloofden.<\/p>\n<p><strong>Gelaten meet ik<\/strong><\/p>\n<p>de grijsgecementeerde cel<br \/>\nin Zuid Amerika<br \/>\nwaarin de kale wanorde<br \/>\nvan een houten bed<br \/>\nde onontkoombaarheid<br \/>\nvan lome onanie<br \/>\ngestalte geeft<br \/>\nen weet niet<br \/>\nop welke ontmoeting<br \/>\nik wacht.<\/p>\n<p><strong>Een Chopin-opname met publiek<\/strong><\/p>\n<p>Een groot publiek<br \/>\ngereed voor bijwonen,<br \/>\napplaus, levende kuch.<br \/>\nDe studio witgrijs, hoog,<br \/>\nhel tl<br \/>\ntussen de mikrofoons<br \/>\neen soort staketseldienst,<br \/>\neen hangplastiek, tandartsendroom.<br \/>\nDan witte vleugel,<br \/>\nopen, staand ros.<br \/>\nOnder spaanplaat<br \/>\nin de achtergrond<br \/>\nvergeten proppen;<br \/>\ndat krijg je<br \/>\nals het gratis is.<br \/>\nNa op een dunne stoel<br \/>\npuntbaard omroep gelispel<br \/>\n-al het licht blijft aan-<br \/>\nkomt Russisch zwaargewicht<br \/>\njong, maar wel in het zwart<br \/>\nen klappen wij bewust<br \/>\nons eerste werk bijeen.<br \/>\nIs het een boksmatch? Een rodeo?<br \/>\nBinnen de stilte sluipt nu eenzaamheid,<br \/>\nfundamenteel onderscheid:<br \/>\nhij in de ring, wij niet<br \/>\nen dat in alle eeuwigheid.<br \/>\nOmroepers korte knik<br \/>\nen het beest los.<br \/>\nMachinerie van concentratie,<br \/>\nsnaar, spier, hout, toets, geest,<br \/>\nwordt on-romantisch,<br \/>\nonverbiddellijk: Chopin.<\/p>\n<p>Zou na de dood iets zijn<br \/>\nals<br \/>\nkloppen tegen Parijse flatmuren,<br \/>\nals hoesten<br \/>\nin Arabi\u00eb,<br \/>\nals<br \/>\nde zachte schelle stap<br \/>\nvan opgedreven geiten,<br \/>\nals<br \/>\neen vis in de Oostzee<br \/>\ndie in slaap<br \/>\nonwillekeurig<br \/>\nmet haar staart zwaait<br \/>\nals<br \/>\nhet piepen van de trams<br \/>\ndie vroeger<br \/>\ndoor de straten reden,<br \/>\nals<br \/>\nonder het deksel van een vleugel<br \/>\nmee mogen luisteren<br \/>\nnaar<br \/>\nwaar mechanica van snaren<br \/>\ntot Chopin wordt<br \/>\nen als lichte geur<br \/>\nhangt<br \/>\ntussen de balcons van Frankrijk?<\/p>\n<p><strong>Drieslag<\/strong><\/p>\n<p>Over de ratelende straat<br \/>\nmet keien, komt een paard,<br \/>\neen kar, een kist voorbij.<br \/>\nDe herfst drijft duiven op,<br \/>\nde regennevel parelt porselein.<br \/>\nIk, uit het wrak ontkomen<br \/>\nen druipend nog van nood,<br \/>\nmijn lek toestoppend nog<br \/>\nmet witte waterhanden,<br \/>\nik aan wal.<br \/>\nMaar in dat ogenblik<br \/>\nweet ik, een zielsverhuizing<br \/>\nover land en over zee van deze dood<br \/>\nvandaan, de felgekleurde vogels<br \/>\nkwetterend en roekeloos duikend<br \/>\nboven de wolken en hun wit,<br \/>\nde atmosfeer meedogenloos<br \/>\nvan blauw en ruimte.<\/p>\n<p><strong>Duinkom<\/strong><\/p>\n<p>Ik zag een kleine duinkom<br \/>\nen er was wat hei<br \/>\nmet verderop<br \/>\neen bosje dennebomen.<br \/>\nDaarboven, waar de lucht<br \/>\nhet tere licht<br \/>\ngeluidloos koosde,<br \/>\nontwaarde ik<br \/>\neen menselijk verlangen.<br \/>\nLichaamloos, onzichtbaar,<br \/>\ndoch onstuitbaar dorstend<br \/>\nals een wolk melk in een glas thee<br \/>\ndoortastte het de ruimte<br \/>\nboven de kleine hei,<br \/>\nde duinkom<br \/>\nen het bosje dennebomen.<\/p>\n<p>ik heb de badkamer<\/p>\n<p>voor je gewit<\/p>\n<p>maar het werd donker<\/p>\n<p>spiegelscherven hoonlachten<\/p>\n<p>en er was bloed<\/p>\n<p>van mij<\/p>\n<p><strong>Gras<\/strong><\/p>\n<p>Toen laatst<br \/>\neen koude voorjaarsavondzon<br \/>\ndoor een uitzonderlijke<br \/>\nspiegeling van glas<br \/>\nin de Utrechtsestraat<br \/>\nde bruine kroeg<br \/>\nonwezenlijk doorstraalde,<br \/>\nik voorbijreed<br \/>\nen daar<br \/>\nwittige gezichten<br \/>\ndun gezaaid achter de tap<br \/>\nzag schemerlichten<br \/>\nwas het<br \/>\ndat ik mij het gras herinnerde<br \/>\ndat lang geleden<br \/>\ndoor een nieuwe aardlaag was bedekt<br \/>\nen onze tuinman<br \/>\ndie<br \/>\ntoen hij de zware aarde<br \/>\nover onze grasmat strooide<br \/>\nhad geantwoord<br \/>\nnee hoor<br \/>\ndat komt nooit meer boven.<\/p>\n<p><strong>Jacht<\/strong><\/p>\n<p>Als het hels<br \/>\nen kwaad geschetter<br \/>\nvan de honden<br \/>\narmoe<br \/>\nin de straat zaait,<br \/>\nkijk ik speurend<br \/>\nlangs de wanden<br \/>\nvan mijn kooi,<br \/>\nde gevels<br \/>\ndie als vuilnisvaten<br \/>\noverlopen<br \/>\nvan geluid<br \/>\nen peil<br \/>\nde diepte<br \/>\nvan de speelruimte<br \/>\nin &#8217;t blauw daarboven,<br \/>\nroep vergeefs<br \/>\nmijn havik<\/p>\n<p><strong>Kinderspel<\/strong><\/p>\n<p>Toen ook<br \/>\nde andere kinderen<br \/>\nzeiden: Ja<br \/>\nen jij doet niet meer mee!<br \/>\nstortten wij<br \/>\nde eerste golven<br \/>\nvan ontzetting<br \/>\nuit<br \/>\nen tekenden de hoofden<br \/>\nvan de slachtoffers<br \/>\nvan morgen.<br \/>\nZo komen zij weer<br \/>\naan die deur terug,<br \/>\ngewassen door de tijd,<br \/>\ngehersenspoeld door water<br \/>\nweten zij niet meer<br \/>\nwat zij doen:<br \/>\nBlij leren zij<br \/>\nde regels van het spel<br \/>\naf van de beul zijn lippen<br \/>\nen willen meedoen.<\/p>\n<p><strong>Mekong<\/strong><\/p>\n<p>Wee ons! De zachte nacht,<br \/>\nde fluisterende groene nacht<br \/>\nuiteengereten.<br \/>\nStaan onze tekens daar nog<br \/>\nin het oeverriet?<\/p>\n<p>Zie je daar nog wat je ziet?<br \/>\nIs onze uitweg nog dezelfde?<br \/>\nSpreekt iemand de Mekongmaan<br \/>\ntoe<br \/>\nonder de schaduwloze<br \/>\nschaamteloze<br \/>\nverse aanplant<br \/>\nvan een reeds gespalkt seizoen?<br \/>\nZo zwart was al dat haar, vrienden,<br \/>\nzo zwart.<\/p>\n<p><strong>Minoushka toen en nu<\/strong><\/p>\n<p>De toren aan de Zomerdijk,<br \/>\nde oude trap,<br \/>\nen een klimliedje,<br \/>\nbimbamgeluidjes<br \/>\nop droog hout:<br \/>\nDe eerste Odyssee.<br \/>\nOok toen al<br \/>\nwilde je naar boven.<br \/>\nDe kinderen van nu,<br \/>\nwillen ze niet meer met je spelen<br \/>\nzoals vroeger in de uiterwaarden?<br \/>\nIs het soms<br \/>\nomdat jij hier<br \/>\nhet enig kind van toen en nu,<br \/>\nde hoofse torenvrouw<br \/>\nin spe,<br \/>\nde hoge kamer met<br \/>\nhet verre uitzicht<br \/>\nbent?<\/p>\n<p>Wat staat te doen,<br \/>\nwanneer je mummie<br \/>\nniet ontdekt is<br \/>\nen nog sluimert<br \/>\nals een anker<br \/>\nin een uitspansel<br \/>\ndat van geen wijken<br \/>\nweten wil?<br \/>\nEen kind<br \/>\nheeft ergens pijn.<br \/>\nGeluiden sterven<br \/>\nkaatsend in het<br \/>\nvoorjaarslicht.<\/p>\n<p><strong>Er is niets<\/strong><\/p>\n<p>Nu ik de eigen<br \/>\ntand des tijds betast,<br \/>\nlijkt het me wel<br \/>\nalsof er niets is.<br \/>\nWat ik vermoedde<br \/>\nuit oud weten,<br \/>\nheeft niets voortgebracht<br \/>\nen achter witte muren<br \/>\nin de vroege morgen<br \/>\nkreunt een oude man.<br \/>\nNu niet bang zijn<br \/>\nals de tekens<br \/>\nom bezinning vragen.<br \/>\nEr is niets.<br \/>\nIk weeg mijzelf<br \/>\nall\u00e9\u00e9n.<\/p>\n<p><strong>Het Opheliawater<\/strong><\/p>\n<p>Het dierbaar loofsel<br \/>\nstelt gerust<br \/>\nin vergezicht,<br \/>\ncoulissenparadijs.<br \/>\nHet lot is goed.<br \/>\nOnder het slootjeswater<br \/>\nligt Ophelia.<br \/>\nIk in het licht<br \/>\nen op het brugje,<br \/>\ntalmend in de geur<br \/>\nvan park en bloem&#8230;<br \/>\nZ\u00f3, schele rozen die ik<br \/>\nzoetheid-,<br \/>\nopslag, die ik kracht<br \/>\ntoesprak!<br \/>\nHet zwelt onder de<br \/>\nzomerspiegel;<br \/>\nborrelend accoord<br \/>\nvan haar<br \/>\noud kantelend lijk.<\/p>\n<p><strong>Grootmoeder op zaal<\/strong><\/p>\n<p>Ingekwartierd. De smalle trotse rug temidden<br \/>\nvan afzandingen van menselijk ras nog<br \/>\nkoninklijk en ongebroken. In mijn zog<br \/>\nvan binnentredend omzien, oogcontact. Te vinden<br \/>\nhebben wij elkaar. Toch treft mij, staand,<br \/>\nzij zittend, uit die roekeloze heersersblik,<br \/>\nherkenningsvreugde van man tot man. En ik<br \/>\nweerkaats haar fonkelende krijgerslach, maar v\u00e9rgaand<br \/>\nhol, te dun, vergaat het mij. De doffe zaal<br \/>\nlepelt ontworteld lot. In haar te ruime jurk<br \/>\nweer bij zichzelf terug, raakt nu een ruig verhaal,<br \/>\nvergeten en ontvreemd aan dit leeg uurwerk.<br \/>\nZij kruist hier nu alleen. Een boterham. Ik hurk<br \/>\neen beetje bij haar, zij mij zelfs dement te sterk.<\/p>\n<p><strong>Oshin<\/strong><\/p>\n<p>Bedenk wel<br \/>\nkind<br \/>\n&#8211; en het kind luistert nu<br \/>\nzoals alleen japanse<br \/>\nmeisjeshoofden buigen &#8211;<br \/>\njij bent<br \/>\nhaar bediende<br \/>\nen al lijken jullie dan<br \/>\nvriendinnen &#8211; zo is &#8217;t niet.<br \/>\nMen ploegt het zwarte veld,<br \/>\ntrotseert de winterzon,<br \/>\ntekent de hoofden<br \/>\nvan de slachtoffers van morgen.<br \/>\nEn wij zien wel<br \/>\ndat het uit de hemel<br \/>\nkettingen en lepels regent<br \/>\nen dat onze staart<br \/>\nin &#8217;t water slaat,<br \/>\nmaar zeggen niet<br \/>\n&#8211; al was het maar<br \/>\nom onze eigen kinderdromen<br \/>\ndroog te houden &#8211;<br \/>\njij bent \u00f3\u00f3k een koningin!<\/p>\n<p><strong>Samenzijn<\/strong><\/p>\n<p>(Sauveplantade)<br \/>\nZacht zilver en vreemd wit<br \/>\nvervult de nachtmaan<br \/>\nde valleien en de velden<br \/>\nen trekt lichte nevels<br \/>\nom het land dat voor mij ligt.<br \/>\nDe stenen zwijgen:<br \/>\nhet terras, de borstwering<br \/>\nals van een burcht, ja heel<br \/>\nhet middeleeuwse huis<br \/>\ndat bij mij hoort,<br \/>\nofschoon het nimmer<br \/>\nvan zijn meer dan duizend jaar<br \/>\nmij ooit verkondde<br \/>\nvan geheimen en betekenissen<br \/>\nen verbonden<br \/>\ndie tussen ons wellicht bestaan.<br \/>\nBeneden staan de struiken<br \/>\nals soldaten in gelid,<br \/>\nheffen hun armen<br \/>\nals een compagnie van doden,<br \/>\nluisteren naar hoe de maan<br \/>\nhen streelt, muziekgelijk.<br \/>\nGewekt door deze klanken,<br \/>\nmij de verlossing afsmekend<br \/>\ndie ik niet geven kan,<br \/>\nzal weldra hun bloed<br \/>\nwijn worden.<br \/>\nEn weer speur ik,<br \/>\nhet eeuwig silhouet van deze bergen<br \/>\ndie ik liefheb aftastend,<br \/>\nlangs deze horizon.<br \/>\nEens moet immers<br \/>\nde lichtende gestalte<br \/>\nin glorie aan de einder<br \/>\nin een groot aankomen<br \/>\nverschijnen?!<\/p>\n<p><strong>Musique Samr\u00ea en Rotterdam<\/strong><\/p>\n<p>Wat deden mij de klanken<br \/>\nvan een oude klaagzang,<br \/>\nopgevangen tussen Angkor en Saigon<br \/>\ntoch zo aan lege<br \/>\nRotterdamse achterstraten denken?<br \/>\nAan de klinkers, de kozijnenrijen,<br \/>\nbruin in eendere gebouwen, woningen.<br \/>\nEen kroeg, een torenende havenkraan,<br \/>\neen kerk. Een wereld, opgebouwd<br \/>\nin slechte dagen,<br \/>\nuit het gebakken boerengrauw<br \/>\nvan fluisterende koude beemden.<br \/>\nKwam het soms<br \/>\nomdat ik zo gezocht heb<br \/>\nin die woestijn van steen,<br \/>\nde streek van de verschrikking<br \/>\nvan te kleine lage landen?<br \/>\nNooit heb ik zo de hete adem<br \/>\nvan mijn wilde wrede zuster,<br \/>\nmateloos als de Mekong<br \/>\nen spiegelend van onontgonnen raadsels<br \/>\nwillen zien jagen door de straten.<br \/>\nNog nimmer heb ik zo<br \/>\nvergeefs gespeurd.<br \/>\nEen wapperend stuk papier<br \/>\nover het plein,<br \/>\nde ritseling bij een straathoek,<br \/>\nkon immers het begin zijn<br \/>\nen de misthoorn van een zeeschip<br \/>\nof het piepen van een kraanarm<br \/>\nin de verte<br \/>\nhet geheime teken.<br \/>\nWant de groenzwarte moerassen<br \/>\nen de wouden en verborgen schatten<br \/>\njachten als onzichtbaar onraad<br \/>\ndoor het ganse land.<br \/>\nHoe vaak<br \/>\nheb ik de felgekleurde vogels<br \/>\nhoren kwetteren en krijsen<br \/>\nboven Rotterdam!<\/p>\n<p><strong>De schreeuwende Hollander<\/strong><\/p>\n<p>Het woei gezond. Er liep een wezen dat<br \/>\nschrikbarend schreeuwde door de Leidsestraat.<br \/>\nEen man, de bruine borstrok strak, gelaat<br \/>\nbebaard, een hoge stap. Te leven had<br \/>\nik nog en meed hem. Driemaal kruiste hij<br \/>\nmijn pad die middag. Druk was het. Zijn blik<br \/>\ndroeg fonkelende zwarte koorts. Derrick<br \/>\ngreep niet in. Niemand. Ieder ging opzij.<br \/>\nWeer thuisgekomen, kunstboek in de hand<br \/>\ngenomen, bladerend, vond ik hem bij<br \/>\nverrassing levensecht terug. Verstand<br \/>\nontweek mij. Adriaen Brouwer had hem reeds<br \/>\ngeportretteerd als &#8216;Man met Punthoed&#8217;: H\u00edj,<br \/>\nvoortvluchtige uit de Gouden Eeuw. Nog steeds!<br \/>\n1 April &#8217;83 (goede Vrijdag)<\/p>\n<p><strong>Schumann<\/strong><\/p>\n<p>De kamers graf geworden<br \/>\nonder witte lakens<br \/>\nklinkt pianospel.<br \/>\nHet regent maar ik zie<br \/>\ndiezelfde lakens nu<br \/>\nboven Napolitaanse straten<br \/>\nwaaien. Vrede.<br \/>\nOpen ramen stenen echo<br \/>\nvan geluid en licht<br \/>\nen kinderspelen<br \/>\nik heb lief.<\/p>\n<p><strong>Spitsuur<\/strong><\/p>\n<p>Een grasperk dat<br \/>\nde drukke weg omzoomde<br \/>\nen een fietspad,<br \/>\nroze tegels door het groen gelegd.<br \/>\nZelf aan de overzijde<br \/>\nzag ik over autodaken<br \/>\neen paar kinderen<br \/>\nop het gras.<br \/>\nEen jaar of tien<br \/>\neen stuk of drie,<br \/>\neen fiets, een beetje<br \/>\nruzie, pochen, duwen, er<br \/>\nwas ook een hond bij en<br \/>\nzo nu en dan<br \/>\nschoof er een vrachtwagen<br \/>\nvoorbij die me het zicht<br \/>\nontnam.<br \/>\nToen had opeens<br \/>\neen mager meisje,<br \/>\nfietsstuur aan de hand,<br \/>\nzich hollend losgemaakt.<br \/>\nHaar hoofd en schouders bogen<br \/>\nlinks en rechts extatisch uit.<br \/>\nDe zojuist toegebrachte wonde<br \/>\nzat van binnen,<br \/>\nzat daar eigenlijk al<br \/>\nsinds de middeleeuwen<br \/>\nen zij gaf zich over,<br \/>\nDe achterzijde<br \/>\nvan de fiets<br \/>\nbonkte hoog op<br \/>\ndoor voor mij onzichtbare<br \/>\ngemene aardwerken en<br \/>\ndoor de stenen rand<br \/>\nwaar gras en tegels<br \/>\nvloekend antichambreerden.<\/p>\n<p><strong>tijdkamer<\/strong><\/p>\n<p>ja het zal mogelijk zijn<br \/>\nde tijd waarin<br \/>\nonmogelijk onmogelijk<br \/>\nzal zijn geworden<br \/>\nwaarin een wens<br \/>\nvervulling<br \/>\nen een gedachte<br \/>\nfenomeen betekent<br \/>\nwaar in de tijdkamers<br \/>\nde opgeroepen doden<br \/>\nnaar believen<br \/>\nscenes van weleer<br \/>\nherscheppen<br \/>\nen waar iedereen<br \/>\nzijn wereld<br \/>\nduurzaam \u00eds<br \/>\nzo gaan we<br \/>\nongemerkt<br \/>\nweer door de bossen<br \/>\nsluipen<br \/>\ntot het kraken<br \/>\nvan de takken<br \/>\nonder blote voeten<br \/>\nweer gehoord wordt<br \/>\nen de tijger<br \/>\nweer gezien<br \/>\nde eerste keisteen<br \/>\nwordt weer opgenomen<\/p>\n<p><strong>Uitvaart<\/strong><br \/>\n(Nico Verhoeven, Bolsward 14 Feb.&#8217;74)<\/p>\n<p>Door de klokken<br \/>\nvan het koude stadje<br \/>\noverbeierd<br \/>\nklinkt het<br \/>\nstap op steen.<br \/>\nIk loop<br \/>\nde stoet en ik<br \/>\nen hij<br \/>\nde stille straten<br \/>\nstap op steen.<br \/>\nIk draag<br \/>\nwij dragen<br \/>\nuit het vlees gereten geest<br \/>\nen wat het rest<br \/>\nheen<br \/>\nharde huizen<br \/>\nklinkers<br \/>\nstap op steen.<br \/>\nIk zie<br \/>\nde oude toren<br \/>\nvierkant in het gras<br \/>\nen steen<br \/>\nstoep stap stoet<br \/>\nstap op steen.<\/p>\n<p><strong>verantwoording<\/strong><\/p>\n<p>(wat blijft is:)<\/p>\n<p>ik heb<br \/>\naf en toe<br \/>\nteder een straat<br \/>\nbetast<br \/>\nernaar gekeken<br \/>\nik ben<br \/>\nhier en daar<br \/>\ngeweest<br \/>\nsoms heb ik nog<br \/>\niets<br \/>\neven<br \/>\nvastgehouden<\/p>\n<p><strong>In memoriam Stefan Lubiensky)<\/strong><\/p>\n<p><strong>De aarde verlaten<\/strong><\/p>\n<p>Dan, als ik afstand nemend,<br \/>\ntuimelend ruimte verwerf<br \/>\nen omzie, lieve aarde,<br \/>\nzie ik wat ik zo gezocht heb<br \/>\nin jou gespiegeld terug.<br \/>\nKoning Bedelaar! E\u00e9n waren wij<br \/>\n\u00e9\u00e9nmaal, tweemaal, immer.<br \/>\nTerugkomen zal ik met mijn buit<br \/>\naan goudlicht. Wacht!<br \/>\nWeldra weer werkend,<br \/>\nzoekend,<br \/>\nsamen.<\/p>\n<p>Van de groep verweesde,<br \/>\nlicht gehandicapte jongens,<br \/>\nuit Belgi\u00eb naar de mondaine<br \/>\nbergsportplaats in Zwitserland<br \/>\ngekomen,<br \/>\nzwaait er \u00e9\u00e9n waarschuwend<br \/>\nen uitzinnig naar mijn auto.<br \/>\nAls ik dan verderop &#8211; glijvlucht<br \/>\ntot staan gekomen &#8211; het voertuig<br \/>\nopzwaai en het leeggelopen wiel<br \/>\nverwissel,<br \/>\nkomt een groepje hinkend aangelopen<br \/>\nen zo snel het kan.<br \/>\nDe witbesneeuwde bergen en de<br \/>\nzomerweiden verhevigen achter hun<br \/>\nzware schoenen, rugzakken en korte<br \/>\nbroeken.<br \/>\nIn hun zorg en aandacht<br \/>\nvoor een goede afloop<br \/>\nneigen de jongens naar mij over<br \/>\nen ik word taktvoller, ja vriendelijk<br \/>\nen handel nog behendiger jegens<br \/>\nde schuin opgekrikte auto.<br \/>\nMaar onder hun in wezen vrome<br \/>\nkatholieke woorden over de mijnstreek<br \/>\nen het internaat, het weekje<br \/>\nnaar de bergen,<br \/>\nbereken ik mijn kansen en de zorgen<br \/>\ndie een metamorfose<br \/>\nvan zo&#8217;n ontmoeting<br \/>\nin een verre toekomst zo al brengen kan.<\/p>\n<p><strong>Voyeur<\/strong><\/p>\n<p>Wanneer mijn oog<br \/>\nvanaf &#8217;t balcon<br \/>\nde milde avond meet,<br \/>\nwaar achter vele ramen<br \/>\naan de overkant telkens<br \/>\nde schemerlamp een samenzwering<br \/>\nomtrent huiselijk geluk<br \/>\nbestiert<br \/>\nen waar ergens<br \/>\neen meisjeshand<br \/>\nhet slaapkamergordijn voor driekwart<br \/>\nsluit,<br \/>\nleg ik in \u00e9\u00e9n klap<br \/>\nalle klokken stil.<br \/>\nWaar toch is<br \/>\nhet arsenicum verborgen?<br \/>\nIn welke kamer<br \/>\nhebben zij hun slachtoffers<br \/>\nopgebaard?<\/p>\n<p><strong>Weerzien<\/strong><\/p>\n<p>Als zij<br \/>\ndie reeds gestorven zijn<br \/>\nin mij<br \/>\nomzien en kijken<br \/>\nnaar de lichte kamers<br \/>\nwaarin ik mijn kindzijn<br \/>\nachterliet,<br \/>\nzie ik het eiland<br \/>\nwaar de albatrossen komen<br \/>\nin het snijdend grijs<br \/>\ndat, als de herfst<br \/>\nhier nadert,<br \/>\nd\u00e1\u00e1r de eerste hoop<br \/>\nop poolvoorjaar betekent,<br \/>\nen is de lange nacht<br \/>\nvoorbij.<\/p>\n<p>Hoe komt het toch<br \/>\ndat het hartstochtelijk verlangen<br \/>\nnaar wat ons kind deed zijn<br \/>\nzo ongekend ver weg<br \/>\nsmachtend moet branden,<br \/>\nwaarom toch hebben wij<br \/>\nelkaar<br \/>\nzo lang niet weergezien?<\/p>\n<p>Stil drijven<br \/>\nuit de nevels<br \/>\nde eerste ijsbergen<br \/>\nals dode kinderen<br \/>\nde baai in<br \/>\nen lopen dan<br \/>\ngeruisloos aan de grond.<\/p>\n<p>So lass&#8217; die G\u00f6tter<br \/>\nIhr gut&#8217; Werk<br \/>\nan mir verrichten;<br \/>\nwill meine Seele<br \/>\nendlich doch durch Pein<br \/>\ngeschmiedet sein<br \/>\n24\/09\/83<\/p>\n<p>&#8230;en de gestorvenen,<br \/>\nzij allen zwijgen.<br \/>\nLaat staan dat er zich<br \/>\nengelen of goden openbaren<br \/>\nof hoge wezens ingrijpen.<br \/>\nAanzie mij toch!<br \/>\nIn weerwil dan. Ach!<br \/>\nTelkens weer wil ik het vers<br \/>\neen toverwoord<br \/>\ndoen zijn.<\/p>\n<p><strong>De vrede van Zwitserland<\/strong><\/p>\n<p>Hoog op de bergkam<br \/>\nwaar aan de overzijde<br \/>\nvan een zonnig dal de<br \/>\ngrijsheid grimmig woont,<br \/>\ntroont, uitstulpend<br \/>\nbijna als een burcht,<br \/>\neen rotsformatie<br \/>\ndie daar vreemd lijkt.<br \/>\nOoit moet daar iets<br \/>\ngedacht zijn, een hoog<br \/>\nvoorstellen dat vorm<br \/>\naannam en sterker was<br \/>\ndan het omgevende<br \/>\ngetande gesteente.<br \/>\nWeer beneden aangekomen<br \/>\nwaar de mensen wonen<br \/>\nin liefelijke houten huizen<br \/>\ntussen fluwelen weilanden<br \/>\nen donkergroene bomen,<br \/>\nslaat aan een raam een vrouw<br \/>\neen grote witte handdoek uit.<br \/>\nEen ver en langzaam waaien<br \/>\nen beduiden<br \/>\ndat de vrede thans<br \/>\ngetekend is.<\/p>\n<\/div><\/div><\/div><\/section>\n<section class='av_toggle_section av-av_toggle-7e3590c7c5da59a184d02a095d7941df'  itemscope=\"itemscope\" itemtype=\"https:\/\/schema.org\/CreativeWork\" ><div role=\"tablist\" class=\"single_toggle\" data-tags=\"{Alle} {Op reis} \"  ><p id='toggle-toggle-id-3' data-fake-id='#toggle-id-3' class='toggler  av-title-above '  itemprop=\"headline\"  role='tab' tabindex='0' aria-controls='toggle-id-3' data-slide-speed=\"200\" data-title=\"Op reis\" data-title-open=\"\" data-aria_collapsed=\"Klik om uit te klappen: Op reis\" data-aria_expanded=\"Klik om in te klappen: Op reis\">Op reis<span class=\"toggle_icon\"><span class=\"vert_icon\"><\/span><span class=\"hor_icon\"><\/span><\/span><\/p><div id='toggle-id-3' aria-labelledby='toggle-toggle-id-3' role='region' class='toggle_wrap  av-title-above'  ><div class='toggle_content invers-color '  itemprop=\"text\" ><p><strong>Arabia Felix 1<\/strong><\/p>\n<p>In Oman<br \/>\nde hete balsem<br \/>\nvan weleer inhalend,<br \/>\nverootmoedig ik mij<br \/>\nvoor mijn vader.<br \/>\nWant zijn ogen<br \/>\nflitsen potscherven van<br \/>\nkrijgskoorts<br \/>\nen zijn beet wedijvert<br \/>\nmet de witte huizen<br \/>\nin het vlekkerige zand.<br \/>\nMoustache,<br \/>\ntaai als het<br \/>\npuimsteen van de bergkam in de hitte.<br \/>\nEn zijn kromzwaard,<br \/>\nlichtend als de wind<br \/>\ndie plotseling aansnijdt<br \/>\nover de zo donker<br \/>\ndonkerblauwe zee,<br \/>\nzijn kromzwaard<br \/>\nheeft zojuist een lam<br \/>\ngeslacht.<\/p>\n<p>&#8217;t Is goed.<br \/>\nMijn voorhoofd raakt<br \/>\nhet zand.<br \/>\nBarmhartige gewaden waaien<br \/>\nin de schelle<br \/>\nzonnewind.<br \/>\nZo schenkt hij mij<br \/>\nde allerjongste vrouw,<br \/>\nde diepst neergeslagen ogen,<br \/>\nroofgoed<br \/>\nuit de Hadramaut.<br \/>\nDe bruid verbeidt,<br \/>\nonaangeraakt, beschikking<br \/>\nin een koele kamer.<br \/>\nArabia wacht.<br \/>\nEen kameel naast mij<br \/>\nverzet een voet,<br \/>\nzacht<br \/>\nzijn gewicht verplaatsend<br \/>\nvan de ene<br \/>\nnaar de andere zijde.<\/p>\n<p><strong>Arabia Felix II<\/strong><\/p>\n<p>In Shibam in het oude Sheba<br \/>\nheb ik ooit mijn tijd geteld.<br \/>\nIk was onkenbaar, had<br \/>\nde lemen wolkenkrabbers lief<br \/>\nen doolde in de geur<br \/>\nvan karavanenwind en specerijen<br \/>\nover trappenhuizen onder balkenzwerk,<br \/>\ntrok zware deuren open, krabde<br \/>\naan het van rook droog doortrokken<br \/>\nmompelende oude leem.<br \/>\nSchool dan in kijkgaten<br \/>\nen zag mijzelf beneden<br \/>\nkruipend smeken in het scherpe zand<br \/>\ntussen de in hun spaarzaam spreken<br \/>\ntrotse zonen en niet aan te raken<br \/>\ndochters van de Hadramaut.<\/p>\n<p>Buiten de muren,<br \/>\neindelijk toch uitgeworpen,<br \/>\nheb ik in de hete nacht<br \/>\nomkomend op mijn rug gelegen<br \/>\nonder de stad en haar<br \/>\nafwerend hooggestoken zwijgen.<br \/>\nOntstolen boven mij het kleine<br \/>\nkromzwaard dat ik ooit bezat,<br \/>\nstil naar de maansikkel vooruitgevlogen.<\/p>\n<p>Ik wist de wierookkaravanen onderweg,<br \/>\nmij slechts op \u00e9\u00e9n<br \/>\nvan vele halteplaatsen van een keten,<br \/>\nliet het verstervend lichaam zachtjes los.<\/p>\n<p>Nu licht geworden en rechtmatig eindelijk<br \/>\nen onbesmet<br \/>\ndans ik de zilveren bergen in&#8230;<\/p>\n<p><strong>Albatros<\/strong><\/p>\n<p>(aan Mary)<\/p>\n<p>Antarctisch blauw<br \/>\nde deining,<br \/>\ndit verhaal<br \/>\nwaarin geen sterveling ooit<br \/>\neen eeuw of mijl<br \/>\nbegrensde.<\/p>\n<p>Toch heerst hier een grenswaarde<br \/>\nin elke zwelling<br \/>\nvan apokalyptisch water,<br \/>\nterwijl de wind van helderheid<br \/>\nen koude<br \/>\ngeen erbarmen kent.<\/p>\n<p>En vlagen, witte vlagen<br \/>\naan dit grensvlak opgevlogen,<br \/>\ngunnen in hun korte leven<br \/>\nniemand<br \/>\nm\u00e9\u00e9r te zijn<br \/>\ndan wat hij is:<\/p>\n<p>van hier en nu.<\/p>\n<p>De vogel, visser,<br \/>\ndrijvend op een Odyssee<br \/>\ndie niemand kent,<br \/>\ntrekt met de taal van deze wind<br \/>\nvertrouwd,<br \/>\nde vleugels aan.<\/p>\n<p>Homeros zelf<br \/>\nop reis<br \/>\nis hij,<br \/>\nniets meer dan dit<br \/>\nen niemand<br \/>\nminder.<\/p>\n<p><strong>Autostrada, terugkeer<\/strong><\/p>\n<p>Tussen Modena en Piacenza<br \/>\nheilig rijden. Langs de witte<br \/>\nrechte weg, de stille middaghitte<br \/>\nademend in zich vastleggend,<br \/>\nliggen vlakke groene velden,<br \/>\nuur na uur zijn die zichzelf genoeg.<\/p>\n<p>Verspreide hoeven,<br \/>\nhoge bogen geven toegang<br \/>\ntot de voorhof of een opslag.<br \/>\nDe woongedeelten hebben in een blind beleg<br \/>\nhun rechte vlakken<br \/>\nmet oud geel of roest bepleisterd,<br \/>\nvaal doen worden.<\/p>\n<p>Kleine groepen hooggestoken<br \/>\npopulieren, stille getuigen her en der,<br \/>\nin sluimerend bijeenzijn van elkander<br \/>\nweet hebbend,<br \/>\nverzwijgen een antiek gerucht.<\/p>\n<p>Want ondertussen droogt een bloedspoor<br \/>\nin het zwarte land. Gedaanten<br \/>\nstommelen en stoten tegen<br \/>\nstenen in de nacht. Ja,<br \/>\nriet en kettingen en klank<br \/>\nvan ijzer.<\/p>\n<p><strong>De Bosporus<\/strong><\/p>\n<p>De weg is bocht na bocht<br \/>\nzichzelf gelijk.<br \/>\nDe Zwarte Zee blijft<br \/>\nin dezelfde verte.<br \/>\nDaar plaatst een huis van hout<br \/>\nde voorgevel haaks op de wind.<\/p>\n<p>Wat vroeger Rusland was,<br \/>\nvertelt de deurknop<br \/>\naan de grijze hand die talmt,<br \/>\nis dichterbij dan iemand denkt.<\/p>\n<p>Zo is &#8217;t, beaamt<br \/>\nhet licht dat midden op de dag<br \/>\nin deze tropenzomer<br \/>\nonder een Hellasblauwe lucht<br \/>\nal donker lijkt te willen worden.<\/p>\n<p><strong>Bach in Rome<\/strong><\/p>\n<p>De orgeltonen brachten Bach<br \/>\ntot in het fundament, tot in de grond<br \/>\nen daagden de barokke Jezu\u00efetenkerk<br \/>\nuit. Stenen mompelden in naklank,<br \/>\nschudden sto\u00efcijns het hoofd en<br \/>\nschoven karig oude schulden van zich af.<br \/>\nOnder gewelfbogen klapwiekten<br \/>\nde schaduwen van Rome. Daaronder<br \/>\nzaten de zich veilig wanenden in rotten.<br \/>\nOuden en onschadelijk gewordenen,<br \/>\nvan ver gekomen voor de stad<br \/>\nper busreis. Inclusief concert.<\/p>\n<p>Maar halverwege, uit hun midden,<br \/>\nrees opeens een onbestemde vrouw<br \/>\nomhoog en stond. En niemand<br \/>\nriep die meerpaal tot de orde,<br \/>\ntrok die regenjas opzij.<br \/>\nDwong een van dageraad verstoken leven<br \/>\nhaar plantaardig lichaam<br \/>\novereind?<\/p>\n<p>Wie levenslang antwoord ontbeerde<br \/>\nstaat op wanneer het hoge woord<br \/>\neensklaps wordt uitgesproken.<\/p>\n<p>Op een laat uur werd Roma<br \/>\ntoch nog Amor<br \/>\nvoor die enkeling.<\/p>\n<p><strong>De vloek over Ba&#8217;am<\/strong><\/p>\n<p>Ba&#8217;am ligt<br \/>\nals een melaatse hoogtijdag<br \/>\nonder de zon.<\/p>\n<p>Een mens<br \/>\nheeft, voor zijn heengaan<br \/>\nonder moordenaarshanden,<br \/>\nooit de stad<br \/>\nvervloekt. En hij was hevig<\/p>\n<p>als een Djinn. Zijn zonen,<br \/>\nvijanden en hun<br \/>\nkindskinderen<\/p>\n<p>die tuimelden en vluchtten<br \/>\nmaken nu<br \/>\nachturendagen<\/p>\n<p>elders en zij zijn<br \/>\nhaar naam, dit hoge Woord<br \/>\nallengs vergeten.<\/p>\n<p>Maar Ba&#8217;am ligt<br \/>\neeuw na eeuw<br \/>\nonder haar muilkorf<\/p>\n<p><strong>stil<\/strong><\/p>\n<p>en de kameeltorens van oud-Iran<br \/>\nborduren hier<br \/>\nhun lemen ogen leeg<\/p>\n<p>op zoek naar hoefgetrappel.<br \/>\nNiemand<br \/>\ndie hen nog ten dans begeert.<\/p>\n<p><strong>gedichte delta<\/strong><\/p>\n<p>Pruiken af<br \/>\nheren<br \/>\nde dromen<br \/>\nzijn voorbij.<br \/>\nVoorbij<br \/>\nde dagen<br \/>\nvan de wildheid en<br \/>\nvan mededogen<br \/>\nnu de delta<br \/>\nis bedijkdicht<br \/>\nhet getij hier<br \/>\nhoog<br \/>\nnoch laag<br \/>\nmeer watert,<br \/>\nde tijdloosheid<br \/>\nmet de laatste eb<br \/>\nis heengezogen<br \/>\nmet de verre geur<br \/>\nvan zee.<br \/>\nLaarzen uit<br \/>\nheren,<br \/>\nslechts op uw tenen<br \/>\nheen<br \/>\nde nacht in.<\/p>\n<p><strong>Going back to China<\/strong><\/p>\n<p>en op de tonen<br \/>\nvan een zoete wind<br \/>\nkantelt het zeil<\/p>\n<p>in weerwil van<br \/>\nde lichte nevel<br \/>\nvan de wijde haven<br \/>\nglinstert zonlicht<br \/>\nlangs het verre water<\/p>\n<p>en mijn opperhuid<br \/>\nkoerst in een jonk<\/p>\n<p>bergen als broden<br \/>\nvleien hier de einder<br \/>\nbrengen geuren mee<br \/>\nvan stoomboten<br \/>\nen specerijen<\/p>\n<p>meerpalen<\/p>\n<p>een claxon in de verte<br \/>\nwaar de stad ligt<\/p>\n<p>hoor<br \/>\nhoe ik mijzelf<br \/>\nherken<\/p>\n<p><strong>Chicago<\/strong><\/p>\n<p>Niemand te zien. De lucht<br \/>\nstaat stram en blauw versteend.<br \/>\nSnippers van oude jachtvelden<br \/>\nliggen zinloos<br \/>\ntussen schoenendooskantoren en<br \/>\nverlaten onder kranen als valbijlen.<br \/>\nOp elke straathoek wachten bakens<br \/>\nen banvloeken op overtreders,<br \/>\nlevenden voor wie dit alles<br \/>\nniet gebouwd werd.<\/p>\n<p>Het grote aangemeerde schip<br \/>\nbaarde een Kaukasus aan kolen.<br \/>\nOm hier te komen is het<br \/>\nin processie over land gedragen,<br \/>\nonder zang en dansen<br \/>\nin het meer gelaten,<br \/>\nde dode vorst overgevaren,<br \/>\nbijgezet.<\/p>\n<p>Als in de nacht de trotse torens<br \/>\nspiegelen in plassen<br \/>\nlangs verlaten asfaltwegen,<br \/>\nlijken zij licht te geven.<br \/>\nIs er leven?<\/p>\n<p>Nee, dat is fantasie van geesten<br \/>\nen demonen die niet<br \/>\nmet beide vleugels<br \/>\nkranig op de kolen staan.<\/p>\n<p><strong>Chartres<\/strong><\/p>\n<p>De torenklok wiegde<br \/>\nmet v\u00f3\u00f3rkennis.<br \/>\nBeneden stort het brons<br \/>\nin overrompeling<br \/>\neen klokke twaalf<br \/>\nover ons uit.<\/p>\n<p>Ons licht wordt schel<br \/>\nmaar ook onmatig duister.<br \/>\nWant het mededogen<br \/>\nin die klank<br \/>\nbetreft ons niet.<\/p>\n<p>Ontluisterd, overhemeld<br \/>\nzullen wij vernemen<br \/>\nhoe zij, van wie wij<br \/>\nal sinds eeuwen dachten<br \/>\ndat zij nooit hadden bestaan,<br \/>\nin torenend beleg<br \/>\nhun overhand hernemen.<\/p>\n<p>Iemand op het plein<br \/>\nloopt mank.<br \/>\nDe bommen<br \/>\nzullen nu wel vallen.<\/p>\n<p><strong>Canto Ostinato voor perron en trein<\/strong><\/p>\n<p>Buiten Parijs liggen de voorsteden<br \/>\nangstvallig stil.<br \/>\nDe heuvellanderijen staan<br \/>\nvol slaap en sport en industrie.<br \/>\nOp het station niemand te zien.<\/p>\n<p>De trein waarin ik zit<br \/>\ntalmt anoniem. Op het perron<br \/>\nvijf gele polyester stoeltjes,<br \/>\nwortelvast geschroefd in het beton<br \/>\nen stram op rij tussen de treinen in.<\/p>\n<p>Ook dagelijkse dingen<br \/>\nwillen meer dan brood alleen.<br \/>\nDe stoeltjes komen, roepende<br \/>\nals schipperskinderen, nabij.<br \/>\nIs dit de kans? Jawel!<\/p>\n<p>Geheim en elektriek gaat ergens<br \/>\nvoor de lieve treinen en voor<br \/>\nhet vergeelde nageslacht van<br \/>\nop de pier gestrande schippers<br \/>\neindelijk een liedboek open.<\/p>\n<p><strong>De fotomaker<\/strong><\/p>\n<p>&#8216;k Was ook al hier als kind,<br \/>\nals winterkind. Het Luxembourg<br \/>\nwijd in de lichte mist. De takken hoog<br \/>\nen zwart versteend; de balustraden<br \/>\nen klapstoeltjes bogen in de verte<br \/>\ntroostend naar voortvluchtigheden.<br \/>\nOok het oversteken van de drukke<br \/>\nboulevard met hoge zwarte taxi&#8217;s<br \/>\nen geheimen; ik weet er nog van.<br \/>\nVerlangens waren hopelozer maar<br \/>\nvitaal. Greep op gebeurtenissen<br \/>\nwas er niet. En alles<br \/>\narmenheffend, grijs en starend als<br \/>\neen oud verhaal, in foto&#8217;s bijgezet.<\/p>\n<p>Thans, alle straten blindgegaan,<br \/>\ngrenzen geteld, sluit ik mijn dromen,<br \/>\nde camera tot rust gekomen<br \/>\nin hetzelfde park, de jacht<br \/>\nvoorbij. Ik zie de herfst met<br \/>\ngeur en licht en kinderen in<br \/>\neeuwig wederkeren<br \/>\nvan verlangen en vervulling<br \/>\nom mij heen. Ik kan niet<br \/>\nmeer, maar vrees toch het<br \/>\nonstuitbare, het altijd weer<br \/>\nopnieuw beginnen<\/p>\n<p>aan hetzelfde.<\/p>\n<p><strong>Djibouti<\/strong><\/p>\n<p>Hoe ver gaat een herinnering?<br \/>\nWas ooit je havenmond niet als<\/p>\n<p>de maagd uit Sheba<br \/>\nin haar zilveren vrees<br \/>\nvoor de verspieders<br \/>\nvan de zoon van David?<\/p>\n<p>Ging er toen reeds<br \/>\ndie ritseling door het<br \/>\nwindstil gordijn?<\/p>\n<p>Lag het ontzettend<br \/>\nachterland nog als getuige<br \/>\nvuren uit te spiegelen van vrome<br \/>\nmiddaghitte?<\/p>\n<p>Ook toen dreven er<br \/>\nduistere bedoelingen in het getij,<br \/>\nwedijverend in schoonheid<br \/>\nmet de koningin,<br \/>\nmet de turquoise zee,<br \/>\nals zwanen zeilend<br \/>\nvan en naar de overzij.<\/p>\n<p><strong>Kringloop<\/strong><\/p>\n<p>Onderweg naar Kashgar<br \/>\ntussen wolvenruggen<br \/>\nen gekromde zwarte wolkentanden<br \/>\nzwiept een stel demonen<br \/>\ngrijs van been en bovenmaats<br \/>\nmet versleten messen, geitepoten.<\/p>\n<p>Bulderend om hun<br \/>\naanhoudende vergrijp en het<br \/>\nin puin slaan van elkaar<br \/>\nzijn zij voor stervelingen niet<br \/>\nte spreken.<\/p>\n<p>Opgaand in hun spel,<br \/>\nverachtend wat hen treft,<br \/>\nworden zij opgezogen door de einder<br \/>\nwaar de sabelwitte Pamir<br \/>\nhen bekoelt en uitvlakt<br \/>\ntot een wolk, een lange vinger.<\/p>\n<p>Nevelvelden die onzichtbaar<br \/>\nterugkeren naar grijze dalen.<\/p>\n<p>En opnieuw,<br \/>\nvergeten wie zij zijn en waren,<br \/>\nworden de dode bruiden<br \/>\njuichend in de lucht gesmeten<br \/>\nals toverballen<br \/>\nvan een boreling.<\/p>\n<p><strong>Voorzanger<\/strong><\/p>\n<p>Lichtsnel. Een vuist-vol beeldenstormend<br \/>\nspatmetaal, hem op een heuvelzacht<br \/>\nontbladeringstoneel scheel<br \/>\nin de beenderen geslagen.<\/p>\n<p>Bij Sainte Genevi\u00e8ve,<br \/>\nin de Saint Etienne du Mont!<\/p>\n<p>Het land waar in het oeverriet<br \/>\nde toverslag ontmand werd, takkenzwerk<br \/>\nvan vogelend groen schrikdraad werd<br \/>\nen aan schootsvelden<br \/>\nlotsverbondenheid gescheld werd.<\/p>\n<p>Daar is hij, opgelapte koelie,<br \/>\nhoog van doel en volgeschoten,<br \/>\nin het godsambt opgenomen<br \/>\nen door sluipgebied van aftocht<br \/>\nnaar Parijs gekomen.<\/p>\n<p>En hier, kreupele in de kerstnacht nu,<br \/>\nvoorzanger in de liturgie.<\/p>\n<p>Met zijn papaveren zang drijft,<br \/>\nvan de overzijde,<br \/>\nde Mekongmaan als ballon, wit<br \/>\nen windstil de franse kerk in.<\/p>\n<p>Sainte Genevi\u00e8ve,<br \/>\nSaint Etienne du Mont.<\/p>\n<p>Ik zie wel hoe,<br \/>\nals hij zijn armen heft<br \/>\nboven het bevend teder lijf,<br \/>\ndie maan een kontinent,<br \/>\neen kind wordt in zijn handen.<\/p>\n<p>In vredesnaam die nacht<br \/>\nde hostie dan maar ingenomen,<br \/>\ndie hij me gaf met neergeslagen ogen,<br \/>\nzodat ik buiten schot bleef,<br \/>\nvogelvrij.<\/p>\n<p><strong>(de melodie, zwaar en slepend voorafgaand aan:)<\/strong><br \/>\nDe grote poort van Kiev<br \/>\n(Moussorgski)<\/p>\n<p>Het waait. Tumult<br \/>\nvan snuivend stof<br \/>\nmet trekkende gebaren<br \/>\ndoet vermoeden<br \/>\ndat in Afrika de bomen<br \/>\nduiven baren.<\/p>\n<p>Een grens in een oogwenk<br \/>\ngeslecht, terug in<br \/>\nde eigen kraal<br \/>\nonder versleten licht,<br \/>\nglijdt langs mijn zwarte huid<br \/>\neen handvol vingerzand.<\/p>\n<p>De grote poort<br \/>\nschuift ondertussen<br \/>\nmompelend<br \/>\nen met gekromde rug<br \/>\nstenen van dagen voort.<\/p>\n<p>Kiev kantelt<br \/>\nhaar klokken<br \/>\nen ik weeg mijn kansen,<br \/>\nvind mijzelf verplaatst<br \/>\nin afstanden<br \/>\nen dromen.<\/p>\n<p>Steeds als ik in Rusland ben,<br \/>\nzoek ik de weg terug<br \/>\nnaar Afrika.<\/p>\n<p><strong>Mona Lisa<\/strong><\/p>\n<p>Het Louvre als een autoroute<br \/>\ntijdens Quatorze Juillet.<\/p>\n<p>Inhalend en tenslotte hatend<br \/>\nwat en masse mij schuifelend<br \/>\nde weg versperde,<br \/>\nwerd mijn reisdoel<br \/>\ntot een erezaak. Ik z\u00f3u<br \/>\ner komen en niet meer<br \/>\nvoor volk en huisraad hoeven staan<br \/>\nals iemand die haar<br \/>\nnooit in &#8217;t echt zag.<br \/>\nMeer verlangde ik niet.<\/p>\n<p>Daar, in een markthal vol tumult,<br \/>\nachter op kunst beluste velen<br \/>\nen een zeespiegel aan pantserglas<br \/>\nhing mijn vervulling,<br \/>\nhaast te klein voor woorden.<\/p>\n<p>Maar ondanks haar geringe formaat<br \/>\nen haar verstilling<br \/>\nwas zij wild, ontzettend.<br \/>\nNiets was meer moreel.<\/p>\n<p>Om eigen zijn<br \/>\nof niet-zijn<br \/>\neven onverschillig<br \/>\nals om de camera&#8217;s,<br \/>\nhet kogelvrije glas,<\/p>\n<p>z\u00f3 trof,<br \/>\ntoen ik vertrekkend omzag,<br \/>\nmij vol de oogopslag<br \/>\ndie uitdrukte<br \/>\nwat vrijheid was.<\/p>\n<p><strong>De bruid van Lelystad<\/strong><\/p>\n<p>De nieuwe stad<br \/>\nontuchtig maar ontsmet.<br \/>\nWijdbeens bewoonbaar. Holland op zijn breedst<br \/>\nen vlak en wind en kale bomen.<\/p>\n<p>Het fietspad is gescheiden van de weg.<br \/>\nE\u00e9n rijwiel slechts, maar het vervoert<br \/>\neen bruid op de bagagedrager,<br \/>\nschrijlings wapperend wit haar transparante kleed;<br \/>\nRenoir als bloementuil<br \/>\nop een Parijse hoed.<\/p>\n<p>Haar man in zijn te blauwe plastic jack<br \/>\ntrapt wind omver<br \/>\ntegen de einder in waar niemand is.<\/p>\n<p>De angel van de oudste droom<br \/>\ndwingt mij het gaspedaal dieper omlaag:<br \/>\nH\u00eder was de bruid! Te laat!<br \/>\nIk wist het altijd wel,<br \/>\nverkwanseld is zij vlak voor mijn entr\u00e9e.<\/p>\n<p>Schering en inslag, nagel ik<br \/>\neen struise hoefslag<br \/>\nin het maagdelijke land,<br \/>\nsnelwegen in de vingertoppen,<br \/>\nterugkerend met lege handen.<\/p>\n<p>S<strong>assanidisch afscheid<\/strong><\/p>\n<p>De boog van Shapur staat in Ktesiphon<br \/>\nals het verhemelte van zijn heelal.<br \/>\nLate kamelen dromen nog<br \/>\nonder dit huiselijk bereik van toen,<br \/>\ndat elke morgen samen met de zon<br \/>\nopnieuw de vlakte splijt.<\/p>\n<p>Maar door de wind, het zand des tijds<br \/>\nwerd dit bloedschennende gevaarte<br \/>\nuitgeloogd. En elke slavenhand<br \/>\ndie stenen heeft gevoegd is nu alsnog,<br \/>\nw\u00e1\u00e1r hij ook is, beloond<br \/>\nmet ogenblikken van vrij spel.<\/p>\n<p>Er is getoverd in de grote ruimte<br \/>\nen beraad geslagen, voor de troon gedanst,<br \/>\nverleid. Zo vele hoofden zijn gebogen<br \/>\nof verheven. Zand en bloed is uitgeschud.<br \/>\nOnder &#8217;t vraatzuchtige gewelf<br \/>\nsisten griffioenen, klapwiekend van dorst,<br \/>\nals zandstof in oud licht.<\/p>\n<p>Onder dit licht zijn allen die hier waren,<br \/>\nde tallozen en namen, op hun doodsuur<br \/>\ntuimelend uitgevaren en door<br \/>\nmisnoegde engelen tot puin en damp geslagen,<br \/>\nondergespiegeld aan de horizon.<\/p>\n<p>Het gaat voorbij. Nog kan &#8217;s nachts<br \/>\nuit het scheurende gewelf<br \/>\neen zachtgebakken steen<br \/>\nin autonoom besluit, neervallen.<br \/>\nEn de bleke echo van de plof in &#8217;t zand<br \/>\nis ons een laat vaarwel,<br \/>\nShapur en mij.<\/p>\n<p>D<strong>e bischop van Sana&#8217;a<\/strong><\/p>\n<p>Geen straat vertelt<br \/>\ndat hij er ooit geweest is.<br \/>\nDe hoge rechte huizen weren<br \/>\nmet hun lemen wanden<br \/>\nvragen af.<br \/>\nEn ofschoon de meeste vensters<br \/>\nnog in wonderen geloven,<br \/>\nziet geen raam hem staan.<\/p>\n<p>Die ongewenste oude toren<br \/>\ndie zijn dagen telt<br \/>\nmet adem die hij anoniem ontsteelt<br \/>\nen die, in het vooruitzien, weet<br \/>\nv\u00f3\u00f3rt te bestaan<br \/>\nna wat er komen gaat<\/p>\n<p>in duizend en \u00e9\u00e9n straten<br \/>\nals zijn eigen<br \/>\nallereigenste<\/p>\n<p>verstenende ontkenning.<\/p>\n<p><strong>Tolplichtig<\/strong><\/p>\n<p>Het werd messcherp maar mild,<br \/>\neen stilte in de bus<br \/>\ndie niet eerder was voorgekomen.<\/p>\n<p>Een schoolklas. Kunst.<br \/>\nDe weg kwijt even buiten Rome.<br \/>\nEen toe-val dreef ons<br \/>\nvoort tot \u00f3p<\/p>\n<p>de Via Appia Antica.<\/p>\n<p>Een touringcar rijdt daar bij toverslag<br \/>\nop Sperrgebiet spitsroeden,<br \/>\nmaar wordt gedoogd.<\/p>\n<p>De weg betrekt een smalle voor<br \/>\nin vloekend meeheulende vlaktes,<br \/>\nis zo goddeloos recht<br \/>\ndat in de lucht nog steeds<br \/>\nde zeisen sissen.<\/p>\n<p>Komen zij ons tegemoet,<br \/>\nde legers van kortstondigen en karren,<br \/>\nonbehuisd de polsen opgestoken, ratelend<br \/>\nvan dood en dag aan dag?<\/p>\n<p>Wij worden ongemerkt tolplichtig.<\/p>\n<p>Op de antieke straatstenen<br \/>\ndie hier en daar<br \/>\ndoor karig asfalt steken<br \/>\nmaakt de bus rillend maar soepel<br \/>\nr\u00e9v\u00e9rence op r\u00e9v\u00e9rence<br \/>\nvoor de beelden, graven<br \/>\nen de oude sto\u00efcijnen die<br \/>\n&#8211; bomen geworden &#8211;<br \/>\nduldend door de eeuwen<br \/>\nbleven.<\/p>\n<p><strong>Rusland<\/strong><\/p>\n<p>Ik ben de oevergeest<br \/>\nen blaas een oorvijg in het veld<br \/>\nen ik verander, schuifel,<br \/>\nschraap mijn vel.<\/p>\n<p>Ik ben weer dronken<br \/>\nvan oud hout dat de veranda schraagt,<br \/>\nhout dat maar tuurt en tekens<br \/>\nvan de tamme windkieren afleest.<\/p>\n<p>Ik ben het land<br \/>\ndat alles draagt en duurt.<br \/>\nZelfs als ik doodsla<br \/>\nlijk ik zacht, kijk als een kind<br \/>\ndat licht uit een glas water puurt.<\/p>\n<p>Ik ben voorbij, maar blijf bewaard,<br \/>\ndans met de monniken en met<br \/>\ndemonen nog wat na,<br \/>\nglij dan als rietnevel<br \/>\nde visser tegemoet. Geheim is het.<\/p>\n<p>En in het koor als het mij lust<br \/>\nspring ik als opgestoken handpalm<br \/>\nwoest maar zegenend<br \/>\nikonen in, ikonen uit.<\/p>\n<p><strong>Venetiaans dagboek<\/strong><\/p>\n<p>Dan snijdt Veneti\u00eb<br \/>\neen rechte lijn. De achterkant.<br \/>\nHier houdt het op.<\/p>\n<p>Gez\u00eden,<br \/>\nje witte waterhanden!<\/p>\n<p>En geen geluid meer<br \/>\ndat het voor je opneemt<br \/>\nlangs de kade.<br \/>\nGevels zonder opsmuk<br \/>\nen kaalslag<br \/>\nover het water.<\/p>\n<p>Het turend dodeneiland<br \/>\naan de overkant:<br \/>\nzo kort en koud<br \/>\nkaatst een verhoor.<\/p>\n<p>De sneeuwman<br \/>\nverliest water.<br \/>\nVannacht maar ijverig<br \/>\noortjes kneden<br \/>\nin het brood.<\/p>\n<p>De zomerstad vlekt<br \/>\nkerend nu en zich ontledigend<br \/>\nnorsige hemelstenen uit.<\/p>\n<p>Het nakijken. De boot.<br \/>\nDe mannen hozen wat ze kunnen.<\/p>\n<p><strong>Uur van verandering<\/strong><\/p>\n<p>Wachtend in het wildwoud<br \/>\nhaal ik witte maskers<br \/>\nvan de bomen.<\/p>\n<p>Ik ben donker, hevig,<br \/>\nmaar in luisterend bewegen.<br \/>\nElke snik van water<br \/>\nen de lotgevallen<br \/>\nvan het kleinste dierlijke leven<br \/>\nboots ik na.<\/p>\n<p>Het klopt mij<br \/>\nen ik weet<br \/>\nen voel het<br \/>\ntot mij komen,<br \/>\nwant ik ben<br \/>\nhet blad,<br \/>\nde heimelijke hoefslag in het veld,<br \/>\nde loden schriktrompet van vogel<br \/>\nen mijn zwarte stam,<br \/>\ndromend, verspreid<br \/>\nbij afgekruind groen onderlicht.<\/p>\n<p>Bloed van mijn mij<br \/>\ntrekt over heuvels,<br \/>\ntussen hoge grassen,<br \/>\nspeelt met water<br \/>\nin de schaduw van het oeverriet<br \/>\nen toetst de schemering,<br \/>\nhaar lichte damp<br \/>\nen vlekkerig verschiet<br \/>\nvan geest en dans<br \/>\nen voorgeslacht in wortelstronken.<\/p>\n<p>En ik wacht,<br \/>\nverander van gezicht,<br \/>\nmeet mij<br \/>\nsnel, zwart getekend<br \/>\nop een witte plaat<br \/>\nvan boomschors, meel en rubbergom<\/p>\n<p>een nieuwe oertrek aan.<\/p>\n<p><strong>Sonnerie (Marin Marais)<\/strong><\/p>\n<p>Ik dans<br \/>\nde spiegelzalendans<br \/>\nde spillendans<br \/>\nde nachtelijke-vuren-buiten-dans.<\/p>\n<p>Eh bien,<br \/>\nook rond mij<br \/>\nknippen poppenmessen,<br \/>\nklokken knietjes,<br \/>\nsnakken pruiken.<br \/>\n&#8217;s Konings zonneblikken<br \/>\nsteken ijzeren korsetten<br \/>\nrekenschap<br \/>\ntegen faux-pas.<\/p>\n<p>Hoe lang nog?<br \/>\ndenk ik trippelend<br \/>\nin jaren.<br \/>\nHoofse tr\u00e8s chiques<br \/>\nslaken in steekjaponnen,<br \/>\nkuitbroeken en knopen<br \/>\npoederdromen.<\/p>\n<p>Bij Sainte Genevi\u00e8ve,<br \/>\nliefste, verre,<br \/>\nslechts in de melodie<br \/>\nhet donkere vermoeden,<br \/>\neen geheim odeur<br \/>\nvan elders mogelijke<br \/>\nlate troost.<\/p>\n<p><strong>Een weg in Zuid Soedan<\/strong><\/p>\n<p>Van diep onder de grond<br \/>\nword je omlaaggetrokken<br \/>\nin dit deel van Afrika.<\/p>\n<p>Verpoederende rode sporen. Stof.<br \/>\nDe aartsvader van alle wegen<br \/>\ntrekt er dreunend, ziende-blind,<br \/>\neen wapenstilstand<br \/>\ndoor het mateloze groen.<\/p>\n<p>En steeds rondom een flemende,<br \/>\nvan eenzaamheid schier<br \/>\nomkomende horizon.<\/p>\n<p>Van achter de heuvel komen,<br \/>\nals een siddering van lucht en licht<br \/>\ndoor loopgraven van middaghitte,<br \/>\ntwee zwarte mannen, soepel<br \/>\nals jachtluipaarden en<br \/>\nop zoek naar jou,<br \/>\nde vierduizend kilometer lange<br \/>\nweg omlaag.<\/p>\n<\/div><\/div><\/div><\/section>\n<section class='av_toggle_section av-av_toggle-1703293b0876c6e96724a7975ae86250'  itemscope=\"itemscope\" itemtype=\"https:\/\/schema.org\/CreativeWork\" ><div role=\"tablist\" class=\"single_toggle\" data-tags=\"{Alle} {Naarinen} \"  ><p id='toggle-toggle-id-4' data-fake-id='#toggle-id-4' class='toggler  av-title-above '  itemprop=\"headline\"  role='tab' tabindex='0' aria-controls='toggle-id-4' data-slide-speed=\"200\" data-title=\"Naarinen\" data-title-open=\"\" data-aria_collapsed=\"Klik om uit te klappen: Naarinen\" data-aria_expanded=\"Klik om in te klappen: Naarinen\">Naarinen<span class=\"toggle_icon\"><span class=\"vert_icon\"><\/span><span class=\"hor_icon\"><\/span><\/span><\/p><div id='toggle-id-4' aria-labelledby='toggle-toggle-id-4' role='region' class='toggle_wrap  av-title-above'  ><div class='toggle_content invers-color '  itemprop=\"text\" ><p>Aan Nico Verhoeven<\/p>\n<p>Gedichten uit Naarinen<\/p>\n<p>Mark Mastenbroek<\/p>\n<p>Meester, sta mij toe te weten<br \/>\nwie deze schimmen zijn en welke wetten<br \/>\nhen blijkbaar zo naar de overtocht doen hunk&#8217;ren&#8230;<\/p>\n<p>Dante, Inf. canto 3.<\/p>\n<p><strong>Hemelvaart<\/strong><\/p>\n<p>Zelfs door geen vogelvlucht voorspeld,<br \/>\nverschoof het voorjaarsachtig zwerk<br \/>\nangstvallig snel. De grijze legioenen<br \/>\ndie het sneuvelende laagland,<br \/>\ntoeslaand in de lucht,<br \/>\nover de volle breedte namen,<br \/>\nbliezen reeds orkaantrompetten, fluiten.<\/p>\n<p>Door die woeste geur van grootheid<br \/>\nsneed nu, hinderlagend helder,<br \/>\nons de eigen middelmaat de lever in.<br \/>\nWaar is de grens? En waar ontbrandt<br \/>\niets van een oude tijd<br \/>\nwaarin w\u00edj teisterden en helden waren,<br \/>\nweerlichtend op ongetemde paarden,<br \/>\njagend over vlak heet land?<\/p>\n<p>De lege vrije dag van hemelvaart<br \/>\nkrijgt plotseling betekenis:<br \/>\nOp naar IJmuiden! Naar de pier!<br \/>\nWe zijn de eersten niet, die zulks beramen.<br \/>\nFiles worden metterdaad geboren, driften.<br \/>\nRadeloos parkeren we op natuurgebied.<br \/>\nEn dan ter plaatse eindelijk aangekomen,<br \/>\nonder een geseling van ziedend haar,<br \/>\nde mond vol zand,<br \/>\nin onze hunkeringen openbaar,<br \/>\nstaan wij bijeen met veel te velen.<\/p>\n<p>Dit is de smalle strook van strand<br \/>\ndie ons rest. Ranzig vloedschuim<br \/>\ntussen houten weekeindhuisjes<br \/>\nen kantinewagens met de damp<br \/>\nvan razend friet.<br \/>\nEn dan, te laat, te laag, te veilig<br \/>\nonder die orkaan daagt het ons:<br \/>\nWij zelf zijn het sloopgebied.<\/p>\n<p>Wij wilden allen op de pier<br \/>\nalleen staan<br \/>\nom in een vergeten ootmoed<br \/>\nuitgestort te raken in de zee,<br \/>\nom de v\u00f3\u00f3rbeet van wind<br \/>\nen overslag van torenend water<br \/>\nin het eigen bloed te smaken.<br \/>\nHet mocht niet.<br \/>\nVoor de pier een touw, een bordje<br \/>\nen een juffrouw die verbiedt.<\/p>\n<p>Alleen een zeeschip met zijn<br \/>\nniet te evenaren voorsprong<br \/>\nop de menselijke maat vaart,<br \/>\nmet het groot tumult bekend,<br \/>\nbevriend, uit.<\/p>\n<p>En de reis begint,<br \/>\nmaar van de onzen<br \/>\nis er g\u00e9\u00e9n aan boord.<\/p>\n<p>Het schip stoomt rustig<br \/>\nnaar de roekeloze grijze vlagen<br \/>\nen de \u00f3verlanden.<br \/>\nHuiswaarts vrienden,<br \/>\nmorgen weer gewoon aan &#8217;t werk.<\/p>\n<p><strong>Op zolder<\/strong><\/p>\n<p>De dagen werden klein,<br \/>\nkortlopende kontrakten<br \/>\nen voor een verloren zaak<br \/>\nnaar Basel, hotel Merian am Rhein.<br \/>\nMaar in die nacht<br \/>\nvoerden de vrouwen die daar overdag<br \/>\nhet hotel keurig dreven<br \/>\n(was dat slechts voorwendsel? Een alibi?)<br \/>\nnu in het zwart als priesteressen<br \/>\nmij langs de trappen naar een bovenladder<br \/>\nen lieten mij v\u00f3\u00f3r en bleven achter.<\/p>\n<p>Onder de hanebalken<br \/>\nkraakte de tijd de ruimte in.<br \/>\nEr was een grijs bassin,<br \/>\nals in een zwembad<br \/>\nmaar vol drek, braaksel met oude vogelveren<br \/>\nen daarin, als groot kalkoen,<br \/>\nals lepelaar vermomd<br \/>\nhet kind dat verloren ging.<br \/>\nIn die gedaante tevens k\u00ednd toch.<br \/>\nEn ook als een kind gem\u00e9\u00e9n,<br \/>\nwas hij in weerwil van zijn onschuld<br \/>\nen de reddeloosheid van de staat<br \/>\nwaarin hij zich bevond<br \/>\nals vogel vervaarlijk machtig.<\/p>\n<p>Het dier nu klapperde<br \/>\nmet zijn bevuilde dunne vleugelveren,<br \/>\ndeed een paar struikelende sprongen,<br \/>\nwipte dan gewichtloos op de rand,<br \/>\nkwam naar mij toe en stond. Wij stonden.<br \/>\nGrote purperzwarte ogen, weduwen<br \/>\nin een bemorst en lichtgrauw snavelbekjacquet.<br \/>\nEen angstval as<br \/>\nverborg ik nauwelijks onder de knie,<br \/>\nmaar langs mijn bovenlip schoof ongewild,<br \/>\nmij nog n\u00e8t groot houdend,<br \/>\neen bijna vunzig lachje.<\/p>\n<p>Hij schudde plagend naar mij toe<br \/>\neen vleugel uit: \u00edn het bassin! Kom nu!<br \/>\nHet leek opeens weer net<br \/>\neen kleine jongen en alsof,<br \/>\nmet hoge stem, hij werkelijk gesproken had.<br \/>\nIk was verlamd en bleef staan toen hij week<br \/>\nen met een hoofse geste<br \/>\nmij nogmaals, haast uitnodigend<br \/>\nnaar &#8217;t bad wees. Rond mijn hoofd<br \/>\neen negatieve storm die zoog<br \/>\nen trok en mateloos dreigde.<\/p>\n<p>Terug in het bassin<br \/>\nstond hij nu roerloos, ingekeerd<br \/>\nals een steenoud geworden reiger,<br \/>\n\u00e9\u00e9n met wat hem hier omringde.<br \/>\nIk bestond<br \/>\nvoor hem niet meer.<\/p>\n<p><strong>De storm<\/strong><\/p>\n<p>Zwart als jasmijn, de nacht in Assouan<br \/>\nen de woestijn beneden schuimde,<br \/>\neeuwen uitvlakkend, de einder in.<br \/>\nDe Nijl hier bij de eerste cataract<br \/>\neen donkerblauwe speel- en spiegelkameraad<br \/>\nvoor olifantenstenen. Zachte grote poten<br \/>\nop het water h\u00e8rverhalen telkens<br \/>\nen steeds weer als variant bekeken,<br \/>\nwat de koningskinderen van toen<br \/>\nin het voorbijgaan dachten.<br \/>\nAlles zwijgt en spiegelt, ritselend<br \/>\nals graven in vergadering.<\/p>\n<p>Toen ik daar lag als in een sarcofaag,<br \/>\nde hoogste kamer op een hoek<br \/>\nvan het nieuwbouwhotel,<br \/>\nde airconditioning eerzaam op vol,<br \/>\ntrok in die binnenruimte, uit het niets<br \/>\neen teisterende storm in.<br \/>\nToen de wind het hevigst gierde<br \/>\nen ik daar lag,<br \/>\nin een magnetisch veld<br \/>\nwelhaast uiteengereten,<br \/>\nzat iemand op de stoel<br \/>\npal naast het hoofdeind van mijn bed<br \/>\nen sprak met mij.<\/p>\n<p>Ik ken hem wel, hij heeft<br \/>\neen weekeindhuisje op de strandstrook<br \/>\nbij IJmuiden en ik zou hem daar later<br \/>\ntoevallig tegenkomen op hemelvaartsdag.<br \/>\nHet is een m\u00e0n, bouwvakkers echtst,<br \/>\neen timmerman, hoorbaar uit Amsterdam.<br \/>\nIk zwaaide met mijn stenen arm<br \/>\nop naar de stoel en voelde niets<br \/>\ndan stoel alleen, wist wat ik wist.<br \/>\n&#8216;Morgen maar luisteren,&#8217; schraapte<br \/>\nzijn rauwe bas door het tumult heen,<br \/>\n&#8216;naar de radio&#8217;.<\/p>\n<p>Het magnetisch veld zwol<br \/>\nin mijn sarcofaag en uit de mummie<br \/>\nschoof er iets omhoog<br \/>\nin een zoemend electrisch veld:<br \/>\neen lichaam dat al evenzeer van mij was.<br \/>\nIn dit geraas van storm,<br \/>\nvoltspanning, hinnikend geweld:<br \/>\neen tussenruimte tussen mij en mij,<br \/>\nwaarin een beeld<br \/>\nals door een verrekijker<br \/>\ndie met moeite scherpgesteld wordt.<\/p>\n<p>Het was gewoon de Nassaukade<br \/>\ndie ik daar zag, helder, openbaar,<br \/>\ntot ik besloot dat het genoeg was,<br \/>\nop mijn zij ging en de storm<br \/>\nook met mij rustte.<\/p>\n<p>Waarom juist deze plek? Het lijkt nog open.<br \/>\nEr is daar, naar ik nu pas weet,<br \/>\neen winkel, AaBeCo. Men vindt er<br \/>\nkledingrekken en kapstoksystemen.<br \/>\nDe beheerder, die voorkomend is,<br \/>\nkorrekt als uit vervlogen dagen,<br \/>\nheeft iets aan zijn wang.<br \/>\nTot zover weet ik het.<\/p>\n<p><strong>Clarion<\/strong><\/p>\n<p>Bij de San Marco in Veneti\u00eb,<br \/>\nals uit een hinderlaag, schuiven<br \/>\nde klokken van het torenend handopsteken,<br \/>\ngrondzee\u00ebn van brons en klank en teken<br \/>\nroekeloos als wind over het grote plein.<br \/>\nIk sta. En terwijl zelfs mijn beenderen<br \/>\nresoneren, gaat achter winkelglas<br \/>\nonder een galerij de telefoon.<\/p>\n<p>Is eindelijk het dodeneiland aan de lijn?<br \/>\nEen oord als poolijs, zomerparadijs.<br \/>\nHet ligt in de lagune<br \/>\nals een laatste \u00f3verzij, een burcht bijna,<br \/>\ndie met het schuim van onze dromen<br \/>\nonophoudelijk omschreeuwd zou willen zijn<br \/>\nen toegesproken. Maar wat wij uitroepen<br \/>\nis daar niet merkbaar. I\u00e9ts van ons<br \/>\n-geur wellicht in een geheim cirquit-<br \/>\nstijgt met het grondwater de stengels in<br \/>\nvan stille kerkhofplanten. Krijgen wij antwoord?<\/p>\n<p>Laatst in de thuishaven -het regende in Amsterdam-<br \/>\nvond ik een kist die reeds lang wachtte.<br \/>\nEn ik bestreek het ruwe<br \/>\nongeschaafde hout met kindervingers<br \/>\nen de zwarte inkt, het stempel<br \/>\nvan afzending liet geen twijfel:<br \/>\nvan mijn leidsman uit Naarinen.<br \/>\nOnder die blokletters van oorsprong<br \/>\nlag een gouden bloem.<\/p>\n<p>Was het genoeg? Had ik iets<br \/>\nover het hoofd gezien?<\/p>\n<p>Ooit, in Luxor op het veer over Nijlwater, had ik<br \/>\nin een droom een paar losbladige gedichten<br \/>\nvan hem mogen zien:<br \/>\n&#8216;Gedichten uit Naarinen van V.N. Verhoeven&#8217;,<br \/>\nde inhoud echter niet ontcijferbaar.<br \/>\nIk vraag: &#8216;Is er een woord, meester? Een sleutelwoord?&#8217;<\/p>\n<p>En dan&#8230; jawel. Via de autoradio luidt het:<br \/>\nClarion. Nu pas begrijp ik het.<\/p>\n<p>Wij in het laagland<br \/>\nroepen met vergeelde stemmen<br \/>\nelkaar na, dat het ons prima gaat.<br \/>\nMaar bij de linker oksel jankt<br \/>\neen vuist vol honger.<br \/>\nEn wij willen, m\u00f3eten blijven streven,<br \/>\nin weerwil van de reeds bij voorbaat<br \/>\nop het laatst<br \/>\nons toegemeten nederlaag.<br \/>\nMaar toch wordt er met tussenpozen<br \/>\nvan de overkant een gouden bloem<br \/>\nverzonden, afgestempeld<br \/>\nals stemhebbende tegenspraak:<\/p>\n<p>Het was geen streven<br \/>\nen geen zoeken.<br \/>\nNiet: bereikt.<br \/>\nEn geen vervulling.<br \/>\nEr was geen wens<br \/>\ngeen weg<br \/>\ngeen tijd.<\/p>\n<\/div><\/div><\/div><\/section>\n<\/div>\n","protected":false},"excerpt":{"rendered":"","protected":false},"author":1,"featured_media":0,"parent":0,"menu_order":0,"comment_status":"open","ping_status":"open","template":"","meta":{"footnotes":""},"class_list":["post-109","page","type-page","status-publish","hentry"],"_links":{"self":[{"href":"https:\/\/www.markmarkmast.nl\/index.php\/wp-json\/wp\/v2\/pages\/109","targetHints":{"allow":["GET"]}}],"collection":[{"href":"https:\/\/www.markmarkmast.nl\/index.php\/wp-json\/wp\/v2\/pages"}],"about":[{"href":"https:\/\/www.markmarkmast.nl\/index.php\/wp-json\/wp\/v2\/types\/page"}],"author":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.markmarkmast.nl\/index.php\/wp-json\/wp\/v2\/users\/1"}],"replies":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.markmarkmast.nl\/index.php\/wp-json\/wp\/v2\/comments?post=109"}],"version-history":[{"count":0,"href":"https:\/\/www.markmarkmast.nl\/index.php\/wp-json\/wp\/v2\/pages\/109\/revisions"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/www.markmarkmast.nl\/index.php\/wp-json\/wp\/v2\/media?parent=109"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}